Binnen welke termijn moet de huurder een verlengingsverzoek indienen?

Door: mr. J.N. (Korian) Gerritsen, mr. L. (Laurens) Vrakking, Wonen en bouw, Huurrecht Datum: 22 april 2020

Op grond van de spoedwet kan een huurder met tijdelijke huurovereenkomst maximaal 3 maanden respijt krijgen in verband met het coronavirus. De wet geldt niet voor iedere ‘tijdelijke’ huurovereenkomst: het gaat om een heel specifiek type huurovereenkomst. Daarover meer in de blog Is de spoedwet van toepassing op mijn huurovereenkomst?.

De huurder kan een verlenging verzoeken voor 1, 2 of 3 maanden, maar niet tot een later datum dan 1 september 2020. De toepassing van de spoedwet kan verlengd worden als de crisis langer voortduurt.

De huurder moet snel zijn met het indienen van zijn verlengingsverzoek. De huurder dient het verzoek tot verlenging aan de verhuurder te doen, binnen één week nadat de verhuurder de huurder schriftelijk heeft geïnformeerd over de einddatum van de huur. De huurder moet kunnen aantonen dat de verhuurder het verzoek binnen die termijn heeft ontvangen. Als de huurder dat kan aantonen en de verhuurder heeft het voorstel niet (aantoonbaar) afgewezen binnen 1 week na ontvangst, dan resulteert het verzoek erin dat de huurovereenkomst automatisch wordt verlengd voor door de huurder aangegeven termijn (met één, twee of drie maanden). Zorg dus dat u tijdig schriftelijk reageert als u niet wilt dat de huur verlengd wordt!

Uitzondering: binnen 1 week na invoering van de spoedwet

Als u de huurder al vóór invoering van de wet schriftelijk heeft geïnformeerd over de dag waarop de huur verstrijkt, kan de huurder het verzoek tot verlenging doen tot een week na de inwerkingtreding van de spoedwet. De spoedwet is op vrijdag 25 april 2020 in werking getreden. Omdat de termijn in het weekend afloopt, kunnen huurders aan wie u het einde van de huurovereenkomst al vóór 25 april heeft aangezegd, uiterlijk op maandag 4 mei een verlengingsverzoek indienen.

Uitzondering: bij niet informeren over mogelijkheden Spoedwet in aanzegging

Op de verhuurder rust al de verplichting om bij een huurovereenkomst voor een bepaalde tijd de huurder tijdig schriftelijk te informeren over het eindigen van deze huurovereenkomst. Dit kan vanaf uiterlijk drie maanden tot één maand voor de einddatum. Laat de verhuurder dit na, dan loopt de huurovereenkomst van rechtswege door voor onbepaalde tijd en geniet de huurder huurbescherming.

Op grond van de spoedwet moet de verhuurder, tegelijk met het aanzeggen van het einde van de huurovereenkomst de huurder óók informeren over de mogelijkheden tot verlenging op basis van deze spoedwet. Deze verplichting geldt voor aanzeggingen die na de ingangsdatum van de spoedwet verstuurd worden.

Maakt u geen melding van deze mogelijkheid tot verlenging, dan begint de termijn van 1 week voor het indienen van een verlengingsverzoek pas te lopen als u de huurder correct informeert. Het is dan ook aan te bevelen om deze informatie op te nemen in de aanzegging waarin u het einde van de huur aankondigt.

Uitzondering: aanzegging einde huur vóór 12 maart 2020

Een derde en laatste uitzondering geldt voor huurovereenkomsten die na 1 april 2020 eindigen, maar waarvan u al vóór 12 maart 2020 de huurder schriftelijk heeft geïnformeerd over de einddatum. De huurder kan dan wel een voorstel doen, maar dat voorstel wordt alleen bindend als u daar als verhuurder mee instemt.

Vragen?

U ziet het al: de spoedwet is een waar (ter)mijnenveld. Vragen? Bel onze specialisten op 026-3522824 of mail naar huurrecht@dekempenaer.nl. Zij kunnen u ook meer vertellen over de mogelijkheden van ons Spoedwet-spoedpakket, waarmee wij u alle zorgen over verlengingsverzoeken uit handen nemen.

Meer lezen over de spoedwet?

Lees onze blogreeks.