Sinds de afschaffing van de VAR en de invoering van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is het onderscheid tussen werken als zelfstandige (ZZP’er) en werken in loondienst een van de meest besproken onderwerpen in het arbeids- en fiscaal recht gebleven. Waar in de periode 2016–2024 sprake was van terughoudende handhaving, is de situatie sinds 2025 wezenlijk veranderd. De Belastingdienst handhaaft weer actief en kijkt daarbij nadrukkelijk naar de feitelijke uitvoering van de samenwerking.
In dit artikel wordt ingegaan op de huidige stand van zaken en op de vraag hoe de overeenkomst van opdracht zich verhoudt tot het risico op kwalificatie als arbeidsovereenkomst.
Van VAR naar Wet DBA naar Wet VBAR: waar staan we nu?
De Wet DBA bestaat formeel nog steeds. Sinds 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium beëindigd en controleert de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Daarbij geldt een zogenoemde ‘zachte landing’: naheffingen zijn mogelijk (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025), maar verzuimboetes worden in beginsel niet opgelegd. In 2026 is deze zachte landing gedeeltelijk verlengd, al kunnen bij opzet of grove schuld wél vergrijpboetes volgen.
Tegelijkertijd is nieuwe wetgeving in voorbereiding. Het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) is in juli 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel codificeert de bestaande rechtspraak (zoals het Deliveroo-arrest) en introduceert een rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage uurtarieven. De beoogde inwerkingtreding ligt – vooralsnog – rond 1 juli 2026, maar de parlementaire behandeling is nog gaande.
Belangrijk: ook zonder VBAR geldt al dat het wezen vóór de schijn gaat. De titel van de overeenkomst is niet doorslaggevend.
Overeenkomst van opdracht versus arbeidsovereenkomst
De kernvraag blijft of de arbeidsrelatie kwalificeert als een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW. Volgens vaste rechtspraak moet daarvoor worden getoetst aan drie elementen:
- Arbeid – wordt het werk persoonlijk verricht?
- Loon – ontvangt de werkende een vergoeding?
- Gezag – bestaat er een gezagsverhouding?
Bij zzp-constructies ligt de nadruk vooral op persoonlijke arbeid en gezag.
Persoonlijke arbeid
Wanneer de opdrachtnemer verplicht is het werk zelf te verrichten en vervanging in de praktijk niet mogelijk of niet reëel is, wijst dit in de richting van een arbeidsovereenkomst. Maar, een contractuele vervangingsmogelijkheid is alleen relevant als deze ook feitelijk betekenis heeft.
Gezagsverhouding en inbedding
De beoordeling van gezag is de afgelopen jaren verfijnd. Niet alleen directe instructies zijn van belang, maar ook de mate waarin het werk is ingebed in de organisatie van de opdrachtgever. Relevante factoren zijn onder meer:
- wie bepaalt hoe, wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd;
- of de werkzaamheden structureel onderdeel zijn van de bedrijfsvoering;
- of de zzp’er vergelijkbaar werk verricht als werknemers;
- of sprake is van toezicht, beoordeling en correctie.
De Belastingdienst en de rechter kijken hierbij naar het totaalbeeld van feiten en omstandigheden.
De overeenkomst van opdracht – zzp’er
Een zorgvuldig opgestelde overeenkomst van opdracht blijft belangrijk, maar heeft vooral een signalerende en ondersteunende functie. De overeenkomst moet aansluiten bij de praktijk.
Elementen die passen bij een overeenkomst van opdracht zijn onder meer:
- een resultaatsverplichting in plaats van een inspanningsverplichting;
- vrijheid in de wijze van uitvoering;
- mogelijkheid tot vervanging;
- een beperkte looptijd of projectmatige inzet;
- geen doorbetaling bij ziekte of vakantie;
- aansprakelijkheid en ondernemersrisico bij de opdrachtnemer.
Daar staat tegenover dat bepalingen die lijken op arbeidsvoorwaarden (zoals vaste werktijden, functioneringsgesprekken, verlofregelingen of integratie in teams) het risico op herkwalificatie vergroten.
Sinds september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Bestaande goedgekeurde modellen behouden hun geldigheid tot de einddatum, maar bieden geen bescherming als de feitelijke uitvoering daarvan afwijkt.
Praktijk gaat vóór papier
Niet de overeenkomst, maar de dagelijkse, daadwerkelijke manier van werken.
Voor opdrachtgevers betekent dit dat zij niet alleen juridisch moeten vastleggen, maar ook organisatorisch moeten handelen als opdrachtgever en niet als werkgever. Voor zzp’ers geldt dat zichtbaar ondernemerschap (meerdere opdrachtgevers, eigen acquisitie, eigen middelen) essentieel is.
Aandachtspunten voor opdrachtgevers en zzp’ers
Voor opdrachtgevers
Contractfase
- Formuleer de opdracht als een afgebakend project of resultaat, niet als open inzet zonder einddoel.
- Vermijd bepalingen die lijken op arbeidsvoorwaarden (vaste werktijden, verlof, beoordelingsgesprekken, scholing).
- Neem alleen een vervangingsbeding op als vervanging ook feitelijk acceptabel is.
- Leg vast dat geen doorbetaling plaatsvindt bij ziekte of vakantie en dat de opdrachtnemer eigen verzekeringen en middelen heeft.
Uitvoeringsfase
- Stuur op het resultaat, niet op het proces.
- Vermijd dagelijkse aansturing die vergelijkbaar is met die van werknemers.
- Zorg dat de zzp’er organisatorisch niet volledig wordt ingebed (eigen e‑mail, eigen presentatie naar buiten, geen teamrollen).
- Evalueer periodiek of de samenwerking nog steeds past bij een overeenkomst van opdracht.
Risicofactoren
- Structurele inzet voor onbepaalde tijd.
- Werk dat identiek is aan dat van werknemers.
- Afhankelijkheid van één opdrachtnemer voor kernactiviteiten.
Voor zzp’ers
Ondernemerschap
- Werk bij voorkeur voor meerdere opdrachtgevers en profileer jezelf actief in de markt.
- Gebruik eigen middelen (apparatuur, software, verzekeringen).
- Draag zichtbaar ondernemersrisico (geen loondoorbetaling, eigen aansprakelijkheid).
Contract en praktijk
- Let erop dat de overeenkomst voldoende ruimte laat voor zelfstandige uitvoering.
- Wees kritisch op afspraken over aanwezigheid, bereikbaarheid en rapportagelijnen.
- Maak vervanging niet alleen contractueel mogelijk, maar ook praktisch.
Risico’s
- Langdurige exclusiviteit bij één opdrachtgever.
- Vergoeding die lijkt op een vast salaris.
- Volledige inpassing in teams en interne processen.
Conclusie
De overeenkomst van opdracht is in 2026 nog steeds een bruikbaar instrument, maar houdt herkwalificatie niet persé tegen. Alleen als het contract en de praktijk met elkaar in overeenstemming zijn en de zelfstandigheid daadwerkelijk inhoud krijgt, kan met vertrouwen op zzp-basis worden gewerkt. Neem een bepaling op in de overeenkomst wat geldt in het geval van een herkwalificatie.