Na een faillissement blijkt dat de werknemers nog loon tegoed hebben. Nu dat te laat is betaald, moet er rente over worden vergoed en maken zij aanspraak op een verhoging. Zijn dat beide boedelschulden? En moeten die met voorrang worden betaald? Die prejudiciële vragen werden door de Hoge Raad beantwoord.
Als een bedrijf met 110 werknemers failliet gaat, zegt de curator de arbeidsovereenkomsten op. Nu zij geen loon meer ontvangen, gaat het UWV over tot uitvoering van de loongarantieregeling: de werknemers krijgen een loonvervangende uitkering. De vakbond stelt dat zij ook recht hebben op wettelijke rente over deze loonvordering, en de wettelijke verhoging daarover.
Prejudiciële vragen
Het is de rechtbank Limburg die over deze kwestie moet oordelen. Deze stelde hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: is de faillissementsboedel wettelijke rente en de wettelijke verhoging verschuldigd over het loon dat op grond van de Faillissementswet als ‘boedelschuld’ wordt aangemerkt? Een boedelschuld is een schuld die ontstaat na de faillietverklaring (zoals het salaris van de curator) en die met voorrang uit de faillissementsboedel moet worden betaald. Vrijdag 13 februari kwam de Hoge Raad met antwoorden op deze vraag.
Wettelijke rente
Duidelijk is dat de werknemers hun loon – eigenlijk: de loonvervangende uitkeringen – te laat hebben ontvangen. In dat geval heeft een werknemer recht op een wettelijke verhoging (een ‘boete’) die kan oplopen tot 50 procent van het loon en wettelijke rente. Dit staat in het Burgerlijk Wetboek. De wettelijke verhoging is bedoeld om werkgevers te prikkelen het loon tijdig te betalen. Ook in dit geval, zo besliste de Hoge Raad, is wettelijke rente verschuldigd over looncomponenten die niet tijdig zijn betaald en waarvoor op dat moment nog geen loonvervangende uitkering is ontvangen. Deze wettelijke rente is een boedelschuld maar deze heeft geen voorrang op andere boedelschulden: het is dus een concurrente boedelschuld.
Wettelijke verhoging
Anders is het met de wettelijke verhoging die moet worden betaald nu het loon te laat is uitgekeerd. In deze zaak besliste de Hoge Raad dat de boedel in beginsel ook die verhoging verschuldigd is over te laat betaald loon voor de periode na de faillietverklaring, ook nu dit een loonvervangende UWV-uitkering is. Het maakt daarbij niet uit of de boedel voldoende middelen zal hebben. Die verplichting – het betalen van de verhoging – is ook een boedelschuld en deze moet wel – in tegenstelling tot de wettelijke verhoging – met voorrang worden betaald.
Actief informeren
Nu zal niet iedere ontslagen werknemer weten dat hij recht heeft op rente over te laat betaald loon en de ‘boete’ die zijn werkgever moet betalen. De Hoge Raad besliste dat de curator hen dan ook actief moet wijzen op die aanspraken. Dat hoort bij de behoorlijke taakuitoefening van de curator.