Vordering op een debiteur in een (ander) land in de Europese Unie

Door: mr. R.J. (René) Borghans, Faillissementsrecht, Ondernemingsrecht Datum: 4 juli 2016

Nederland kent al sinds jaar en dag het zogenaamde conservatoir beslag. Dat houdt in dat om te voorkomen dat goederen verdwijnen door de crediteur beslag kan worden gelegd voorafgaande of tijdens de incassoprocedure, dus zonder dat vast staat dat die vordering daadwerkelijk bestaat.
Conservatoir beslag leggen is tamelijk gemakkelijk en de toestemming daarvoor wordt gevraagd in een zogenaamde verzoekschriftprocedure, waarin in de regel de debiteur niet wordt gehoord. De rechter gaat dus af op het door de crediteur gestelde. In feite komt het er op neer dat als de debiteur het er niet mee eens is, deze nadat beslag is gelegd dat beslag er door middel van een kort geding (tegenwoordig voorlopige voorziening) procedure vanaf moet proberen te krijgen.

Dat is niet in elk Europees land het geval. In Frankrijk geldt een systeem dat veel op het Nederlandse lijkt (ook niet zo verwonderlijk, want daar is ons rechtssysteem voor een belangrijk deel van afkomstig), maar in Engeland bijvoorbeeld is een dergelijk beslag veel beperkter mogelijk en dat geldt zeker voor Duitsland.  

Om althans voor het beslag op banktegoeden enige uniformiteit binnen Europa te realiseren en een beslag op banktegoeden (dus niet op roerende of onroerende zaken!) in het buitenland mogelijk te maken, is een Europese verordening opgesteld.

Deze verordening regelt dat een eiser (onder bepaalde voorwaarden) bij een rechter van zijn eigen land kan verzoeken om een Europees bevel waarmee beslag kan worden gelegd op een bankrekening in een ander land: een Nederlandse crediteur kan om in Duitsland beslag te mogen leggen op een Duitse bankrekening dus bij een Nederlandse rechter om een dergelijk bevel verzoeken.

Aangezien deze regeling zal gelden naast de nationale regelingen valt te bezien hoe een en ander in de praktijk zal gaan lopen: zo is in de Nederlandse regeling voor een beslagtoestemming nodig dat de gestelde vordering ‘aannemelijk’ is, maar is in de Europese regeling noodzakelijk met bewijsmateriaal aan te tonen dat deze ‘overtuigend’ is.

Hoe dan ook ziet het er naar uit dat de verordening zal worden ingevoerd: inmiddels is de wet om deze in te voeren begin mei 2016 bij de Tweede Kamer ingediend.