Een recreatiewoning staat volgens de eigenaresse al decennia op een perceel, met goedkeuring van de gemeente. Zij is het er dan ook niet mee eens dat de gemeente wil dat de woning verdwijnt.
De gemeente legt een last onder dwangsom op en verlangt dat de recreatiewoning wordt verwijderd. Volgens de gemeente is het recreatieve gebruik in strijd met het bestemmingsplan en is er geen vergunning verleend.
Toestemming
De eigenaresse verzet zich hiertegen. Volgens haar heeft de gemeente al in 1996 schriftelijk bevestigd dat het gebouw mocht blijven staan en recreatief mocht worden gebruikt. Destijds schreef de gemeente letterlijk: ‘Gebleken is dat op Uw perceel een keet aanwezig is (…). Omdat deze keet reeds gedurende lange tijd aanwezig is, valt deze onder het overgangsrecht en mag derhalve blijven staan. Ook het recreatieve gebruik daarvan mag worden voortgezet.’ Volgens de vrouw mocht zij op basis van deze brief erop vertrouwen dat het gebouw op het perceel mocht blijven staan. De gemeente hoort dan niet te handhaven.
Keet
Zowel het bezwaar als het beroep van de vrouw bij de rechtbank wordt afgewezen. Volgens de rechtbank is de huidige recreatiewoning niet hetzelfde als de ‘keet’ die in de brief van de gemeente wordt genoemd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State denkt daar echter anders over.
Foto’s
Volgens de Afdeling wekt de brief uit 1996 wél het vertrouwen dat de recreatiewoning mocht blijven staan en recreatief mocht worden gebruikt . Op foto’s uit dat jaar is een gebouw te zien dat overeenkomt met de huidige recreatiewoning. Er stond toen niet een heel ander gebouw. Ook verklaringen van de voormalige eigenaar en omwonenden ondersteunen dat het gebouw al sinds de jaren ’90 bestaat. Twijfels van de gemeente — zoals het gebruik van het woord ‘keet’ of verkoopakten zonder vermelding van bebouwing — zijn onvoldoende om dit te ontkrachten.
Terug naar de gemeente
De vrouw mocht volgens de Afdeling dus op de toezeggingen van de gemeente vertrouwen. Dat betekent niet dat handhaving per definitie is uitgesloten: als algemene belangen of belangen van derden zwaarder wegen dan het gewekte vertrouwen, kan de gemeente alsnog handhaven. De Afdeling stuurt de zaak daarom terug naar de gemeente. Die krijgt tien weken de tijd om een belangenafweging te maken en te beslissen of handhaving alsnog gerechtvaardigd is.