Een man heeft verlof om onklaar gemaakte wapens uit de Tweede Wereldoorlog te verzamelen. Maar hij heeft ook oudere wapens, en niet alles is volgens de regels onklaar gemaakt. Hij verliest zijn verlof om wapens in huis te hebben.
Een man is sinds vele jaren verzamelaar van munitie, oude wapens en onderdelen daarvan. Hij bewaart zijn wapenverzameling in de kelder van zijn woning. Hij had verlof voor het voorhanden hebben van die spullen. Maar uit een politiecontrole bij de man thuis blijkt dat hij wapens heeft die niet bekend waren bij de korpschef. Om die reden trekt de korpschef het verzamelverlof in. Tegen dit besluit gaat de man in administratief beroep bij de minister van Justitie en Veiligheid en later in beroep bij de rechtbank Overijssel.
Wet wapens en munitie
Het verlof gold voor het verzamelen van wapens en munitie uit de periode 1933 en 1945. Maar de man had ook wapens uit de periode tot 1890. Veertien van de aangetroffen vuurwapens waren niet op de juiste wijze onklaar gemaakt. Dat betekent dat de man wapens had die in strijd zijn met de Wet wapens en munitie. Dat veel van die vuurwapens in slechte staat verkeerden en niet geschikt waren om mee te vuren, doet er niet aan af dat deze wapens niet op de wijze zoals door de EU voorgeschreven onklaar waren gemaakt. Op basis van het verlof mocht hij deze wapens gewoon niet hebben. Dat geldt ook voor zijn exercitiegeweer uit 1944: daarmee kon weliswaar niet worden gevuurd, maar dat zag er wel echt uit. Het is verboden om een dergelijk wapen te bezitten.
Niet toevertrouwen
Opgeteld heeft de korpschef ‘aanwijzingen’ dat de wapens en munitie niet langer aan de man kunnen worden toevertrouwd. Daarom heeft de korpschef het verlof voor het voorhanden hebben van munitie ingetrokken. Ook de rechtbank is van oordeel dat de man zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden van het verlof door een uitgebreidere verzameling wapens te bouwen. Hieruit blijkt wel dat hij het belang van een strikte naleving van de Wet wapens en munitie onvoldoende inziet. Onder deze omstandigheden mochten de minister en de korpschef terecht oordelen dat het verlof moest worden ingetrokken.
Nieuwe aanvraag
De rechtbank vindt deze intrekking een geschikt en noodzakelijk middel om te voorkomen dat personen aan wie het voorhanden hebben van wapens en munitie niet kan worden toevertrouwd daarover toch beschikken. De gevolgen van de intrekking van het verlof zijn niet zodanig zwaar dat de intrekking ervan om die reden onevenredig is. De man is niet permanent uitgesloten van de mogelijkheid om wapens voorhanden te hebben. Het staat hem vrij om een nieuwe aanvraag in te dienen. Dan komt vast aan de orde of de man het belang van een strikte naleving van de Wet wapens en munitie inmiddels is gaan inzien.