Een zoon woont al jaren samen met zijn vader in een huurhuis. Vader is huurder, hij wil dat de zoon medehuurder wordt. De verhuurder weigert dit.
Een vader en een zoon wonen in een huurhuis. Eerder was de vader eigenaar maar hij heeft het verkocht aan de verhuurder. De vader woont sinds 1970 onafgebroken in dit huis, tegenwoordig als enige huurder. Hij is op leeftijd en wil graag dat zijn zoon medehuurder wordt. Als de verhuurder dit afwijst, begint de vader een procedure bij de kantonrechter (rechtbank Overijssel).
Medehuurder
De kantonrechter overweegt dat vader en zoon een gemeenschappelijke huishouding hebben waarin sprake is van wederkerigheid. De zoon heeft voldoende middelen om de huur te betalen. De kantonrechter bepaalt dat de zoon medehuurder zal zijn van de woning. Daartegen gaat de verhuurder in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Duurzame gezamenlijke huishouding
Belangrijkste verweer van de verhuurder: vader en zoon voeren geen duurzame gezamenlijke huishouding, een voorwaarde voor medehuurderschap. Zo delen zij – volgens de verhuurder – de woonkosten of kosten van levensonderhoud niet, worden huishoudelijke taken niet gezamenlijk uitgevoerd, en is er geen gezamenlijke huisinrichting omdat ze niet samen zaken daarvoor hebben aangeschaft. Dat de zoon boven woont en zijn vader beneden, duidt er ook op dat er geen gezamenlijke huishouding is. Van wederkerigheid is evenmin sprake: de zoon is slechts mantelzorger voor zijn vader. Eigenlijk woont hij er niet eens, vermoedt de verhuurder. Volgens de zoon doet hij veel zaken in en rond het huis met de vader samen, voor zover hij dit nog aankan. De zoon lijdt aan een ziekte, zijn vader verzorgt hem ook. Dat de vader beneden woont en slaapt komt omdat hij slecht ter been is.
Getuigenverklaringen
Volgens het hof is dit niet een ‘gewone’ situatie waarbij een kind thuis woont en later uitvliegt. Vader en zoon hebben met getuigenverklaringen onderbouwd dat de zoon altijd in de ouderlijke woning is blijven wonen, uiteindelijk alleen met zijn vader, dat ze samen het huishouden runnen en voor elkaar zorgen. Daar heeft de verhuurder onvoldoende tegenin gebracht. Dat de zoon de huur niet kan betalen, is ook nergens op gebaseerd. Hij heeft een eerdere forse huurachterstand van zijn vader tijdig betaald en nu betaalt de zoon al jarenlang als enige de huur.
Geen weigeringsgronden
De verhuurder heeft eigenlijk geen redenen om het medehuurderschap van de zoon te weigeren. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, zodat de zoon medehuurder wordt. Mocht zijn vader komen te overlijden, dan kan de zoon dus in de woning blijven zitten.