Padel veroorzaakt meer geluid dan tennis, maar dat betekent nog niet dat het een lawaaisport is. Dat oordeelt de rechtbank Gelderland in een procedure over de aanleg van drie padelbanen bij een tennisvereniging.
De gemeente verleent een omgevingsvergunning voor drie padelbanen, inclusief lichtmasten, reclame-uitingen en geluidsschermen. Omwonenden maken bezwaar. Zij vrezen geluidsoverlast en wijzen erop dat het bestemmingsplan lawaaisporten verbiedt.
Voorzieningenrechter
Opvallend is dat de voorzieningenrechter eerder juist oordeelde dat padel wél als lawaaisport moest worden gezien. Daarom werd de vergunning destijds geschorst. In de bodemprocedure komt de rechtbank echter tot een andere conclusie.
Wat is een lawaaisport?
Het bestemmingsplan bevat geen definitie van het begrip lawaaisport. Daarom kijkt de rechtbank naar het normale taalgebruik. Daarbij sluit zij aan bij de betekenis in de Van Dale. Volgens de Van Dale is een lawaaisport een sport waarbij veel lawaai wordt gemaakt, zoals motorcross of autosport. Uit die voorbeelden leidt de rechtbank af dat het moet gaan om sporten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd. Padel voldoet volgens de rechtbank niet aan die omschrijving. Het spel wordt volledig met spierkracht gespeeld. Dat het geluid van rackets en ballen als hinderlijk kan worden ervaren, maakt nog niet dat sprake is van een lawaaisport.
Meer geluid dan tennis
De omwonenden wijzen erop dat padel aanzienlijk meer geluid produceert dan tennis. Volgens hen heeft een padelbaan een veel grotere ruimtelijke uitstraling dan een tennisbaan. De rechtbank erkent dat bij padel meer geluid wordt gemaakt dan bij tennis, maar vindt dat onvoldoende om de sport als lawaaisport aan te merken. Het gemiddelde geluidsniveau van padel is volgens de rechtbank eerder vergelijkbaar met andere reguliere sporten, zoals hockey of voetbal. Ook die sporten worden in het normale spraakgebruik niet als lawaaisport beschouwd.
Gevolg voor de vergunning
Omdat padel niet als lawaaisport wordt gezien, is het gebruik van de banen niet in strijd met het bestemmingsplan. De afwijking van het bestemmingsplan heeft daardoor alleen betrekking op de hoogte van de geluidsschermen. Omdat de omwonenden geen inhoudelijke bezwaren hebben aangevoerd tegen de ruimtelijke aanvaardbaarheid van die schermen, ziet de rechtbank daarin geen reden om de vergunning te weigeren. De rechtbank oordeelt dat de gemeente de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. Het beroep van de omwonenden wordt daarom ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.