Sinds 18 februari 2023 is de Wet bescherming klokkenluiders (Wbk) van kracht. De Wbk implementeert Richtlijn (EU) 2019/1937 en vervangt de Wet Huis voor klokkenluiders.
Werkgevers met meer dan 50 werkzame personen zijn verplicht een interne meldprocedure vast te stellen die voldoet aan de Wbk‑eisen. Sommige sectoren vallen ook met minder dan 50 werkzame personen onder deze plicht.
(Vermoeden van een) misstand?
Onder de Wbk kan worden gemeld over:
- Schendingen van Unierecht op de in de richtlijn genoemde beleidsterreinen; en
- Maatschappelijke misstanden (o.a. (gevaar voor) schending van wettelijke of interne regels met concrete verplichtingen; of ernstige/omvangrijke patronen die het maatschappelijk belang raken). [wetten.overheid.nl]
Wie worden beschermd?
De kring van beschermden is breed: (ex‑)werknemers en ambtenaren, zzp’ers, uitzendkrachten, stagiairs, vrijwilligers (met vergoeding), (onder)aannemers/leveranciers, aandeelhouders, sollicitanten, en ook personen die de melder bijstaan of andere betrokken derden.
Interne procedure: de harde minimumeisen
De Wbk schrijft o.a. het volgende voor (art. 2 Wbk):
- Onafhankelijke functionaris(sen) aanwijzen voor ontvangst én zorgvuldige opvolging.
- Meldkanalen moeten er minimaal zijn: schriftelijk, mondeling (telefoon/spraakbericht) en – op verzoek – een gesprek op locatie binnen redelijke termijn.
- Termijnen: ontvangstbevestiging binnen 7 dagen; feedback over beoordeling/opvolging binnen 3 maanden na de ontvangstbevestiging.
- Registratieplicht (meldregister); regels over vastlegging/opname van mondelinge meldingen en controle door de melder.
- Informatieplicht: werknemers schriftelijk/elektronisch informeren over interne procedure, externe meldkanalen en rechtsbescherming.
Extern melden: rechtstreeks mag
“Eerst intern melden” is geen voorwaarde meer. Melders mogen rechtstreeks extern melden bij een bevoegde autoriteit (o.a. ACM, AFM, AP, DNB, IGJ, NZa en het Huis voor Klokkenluiders), die weer hun eigen termijnen en eisen hebben.
Vertrouwelijkheid (identiteit)
De identiteit van de melder (en herleidbare informatie) wordt niet bekendgemaakt zonder diens instemming, behoudens wettelijke uitzonderingen (bijv. als een ander wettelijk voorschrift daartoe verplicht).
Benadelingsverbod en bewijslast (Hoge Raad 2025)
De Wbk verbiedt elke benadeling van een melder tijdens en na de behandeling van een melding, mits de melder redelijke gronden had om de juistheid van de informatie aan te nemen.
Er geldt een bewijsvermoeden: bij benadeling na een melding wordt vermoed dat dit door de melding komt. De werkgever moet het tegendeel aantonen. De Hoge Raad heeft dit in ECLI:NL:HR:2025:190 (7 februari 2025) bevestigd en nader ingevuld: de werkgever kan niet volstaan met “twijfel zaaien”, maar moet positief bewijzen dat de maatregel losstaat van de melding.
Anoniem melden: verplichting in aantocht, nog niet in werking
De onderdelen van art. 2 lid 2 onder e en f (anoniem melden) zijn in de Wbk wel opgenomen maar nog niet in werking getreden. Op 2 april 2024 is het concept‑Besluit anoniem melden vermoedens van misstanden in internetconsultatie gegaan; dat besluit werkt o.a. uit dat minimaal één onafhankelijke functionaris voor anonieme meldingen wordt aangewezen en jaarlijks rapporteert. Nadere wettelijke verankering wordt beoogd.
Toezicht en sancties: verwacht eind 2026/begin 2027
Het Huis voor Klokkenluiders krijgt (na wetswijziging) toezichts‑ en sanctiebevoegdheden voor o.a. aanwezigheid van een interne meldregeling, identiteitsbescherming en (mogelijk) het benadelingsverbod.