Een huurder wil niet meewerken aan de renovatiewerkzaamheden van zijn woning. Daartoe is hij echter wel verplicht.
Een woningcorporatie wil haar woningen van groot onderhoud voorzien en renoveren. De huurders krijgen een eenmalige tegemoetkoming van € 300 voor de overlast. Ruim 70% van de bewoners stemt hiermee in, één huurder is tegen. Die kan binnen acht weken bij de rechtbank bezwaar maken tegen het voorstel maar maakt daarvan geen gebruik.
Dwangsom
De woningcorporatie vraagt de voorzieningenrechter (rechtbank Gelderland) de huurder te veroordelen mee te werken aan de renovatiewerkzaamheden, op straffe van tijdelijke ontruiming van zijn woning voor de duur van de werkzaamheden of op straffe van een dwangsom van € 500 per dag, met een maximum van € 15.000.
Dringende werkzaamheden
Het gaat hier om dringende werkzaamheden en om renovatiewerkzaamheden. Een huurder is op grond van het Burgerlijk Wetboek verplicht aan de verhuurder gelegenheid te geven dringende werkzaamheden uit te voeren. Daar ontkomt de huurder niet aan.
Renovatiewerkzaamheden
Voor renovatiewerkzaamheden is de regel iets anders. Een huurder is verplicht daaraan mee te werken als de verhuurder een redelijk voorstel aan de huurder doet. Gaat het om meer dan tien woningen (in deze zaak gaat het om 99 woningen), dan wordt een voorstel vermoed redelijk te zijn wanneer 70% of meer van de huurders daarmee heeft ingestemd. Dat is hier het geval.
Bezwaren
De huurder had bezwaren tegen de wijze van isolatie van het zolderdak maar die had hij aan de orde kunnen stellen als hij bij de rechtbank bezwaar had aangetekend. Nu hij dat niet heeft gedaan, moet er volgens de wet vanuit worden gegaan dat het renovatievoorstel redelijk is. Daarom moet de huurder de corporatie in staat stellen deze werkzaamheden uit te voeren. Overigens had zijn bezwaar waarschijnlijk tot niets geleid, vermoedt de kantonrechter.
Linnenkast
De huurder is ook bang dat hij zijn linnenkast, als de kozijnen zijn vervangen, bij een eventuele verhuizing niet door het slaapkamerraam naar buiten kan verplaatsen. Dat verwerpt de kantonrechter: de man woont er sinds 1981 en het is niet aannemelijk dat hij binnenkort gaat verhuizen. Mocht hij toch ooit schade lijden doordat zijn kast niet onbeschadigd de slaapkamer uit zou kunnen, dan kan hij tegen die tijd een schadevergoeding eisen.
Tijdelijke ontruiming
De voorzieningenrechter denkt dat de man zal weigeren mee te werken, met onaanvaardbare vertraging voor het renovatieproject als gevolg. In dat geval zal hij de woning tijdelijk moeten ontruimen. De kantonrechter drukt de huurder op het hart het niet zover te laten komen en alsnog alle noodzakelijke medewerking te verlenen.