Een eigenaar van een perceel heeft daar plannen mee. Bij de gemeente informeert ze wat de mogelijkheden zijn en wat het bestemmingsplan toestaat. Ze krijgt inlichtingen die achteraf verkeerd waren. De gemeente moet dan haar schade vergoeden.
Een echtpaar ziet een woning met grond, paardenstallen, een paardenbak en twee paddocks te koop staan. Voordat ze tot aankoop overgaan, stellen ze de gemeente enkele vragen: mogen op het perceel bedrijfsmatig paarden worden gehouden? Wat is de bestemming van het perceel? Mag de rijbak worden overkapt? Mag op het perceel worden gebouwd? Na overleg met de gemeente, waaruit blijkt dat de paardenbak legaal is, kopen zij dit alles.
Verkeerde informatie
Nadien blijkt dat een deel van het terrein de bestemming ‘natuur’ heeft en dat de paardenbak in strijd is met het bestemmingsplan. De eigenaar (na hun scheiding is dat de vrouw alleen) vindt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door verkeerde informatie te geven. Voor de rechtbank Den Haag is het gespreksverslag van de moeder van de vrouw, die bij het gesprek met de gemeente aanwezig was, van belang. Daarin staat dat volgens de ambtenaar de paardenbak is toegestaan. Die mededeling bleek later, bij de controle, onjuist te zijn. Heeft de gemeente hiermee onrechtmatig gehandeld?
Onrechtmatig
Alleen het feit dat een overheidsorgaan onjuiste of onvolledige inlichtingen verschaft betekent niet automatisch dat sprake is van onrechtmatig handelen. De rechtbank kijkt naar de vragen van de eigenaar en de antwoorden van de gemeente, en wat zij daarvan moesten begrijpen. Als de eigenaar redelijkerwijs erop heeft mogen vertrouwen dat haar juiste en volledige inlichtingen werden gegeven, kan de gemeente – als de inlichtingen toch onjuist waren – onrechtmatig hebben gehandeld.
Belang
Van belang is dat het doel van de vraag die de eigenaar stelde voldoende duidelijk kenbaar was voor de ambtenaar. De vragen stonden voor het gesprek in een e-mail. Zij gaf aan een leek te zijn op het gebied van bestemmingsplannen, en ook dat de antwoorden van belang waren om de percelen wel of niet te kopen. Het was dus niet slechts een oriënterend gesprek, constateert de rechtbank. De ambtenaar wist daarom welk doel en (financieel) belang de eigenaar had bij het gesprek.
Vertrouwen
De ambtenaar was deskundig op het gebied van vergunningen. Dit betekent dat de eigenaar er in redelijkheid op mocht vertrouwen dat de mededeling dat de bestaande paardenpak was toegestaan juist was. Dit had zij niet zelf hoeven te verifiëren. Nu die inlichtingen achteraf onjuist waren, heeft de gemeente tegenover de eigenaar onrechtmatig gehandeld omdat zij hierdoor op het verkeerde been is gezet.
Schade
De eigenaar heeft hierdoor schade geleden. Mogelijk moet de paardenbak worden verwijderd en zonder paardenbak kan zij het perceel niet gebruiken zoals beoogd. De hoogte van de schade wordt in een latere procedure vastgesteld.