De vaststellingsovereenkomst: 6 aandachtspunten uit de rechtspraak in 2017

Door: mr. drs. M.P. (Mitzi) Litjens, Wonen en bouw, Mediation, Ondernemingsrecht, Huurrecht Datum: 12 december 2017

Het gebeurt vaak dat partijen tijdens een procedure tot een schikking komen. De rechter kan daar op aansturen door partijen bijvoorbeeld de gang op te sturen voor het maken van afspraken. Het afgelopen jaar zijn er verschillende uitspraken geweest waarin een rol was weggelegd voor de vaststellingsovereenkomst. Hieronder volgt een kort overzicht van een aantal van deze uitspraken met daarin de belangrijkste punten.

1. Na doorhaling toch weer op de rol?

Wanneer partijen tijdens de procedure tot een schikking komen, wordt de procedure bij de rechtbank doorgehaald. Met de doorhaling (of royement) houdt de procedure bij de rechter op dat moment op. Maar dat wil niet zeggen dat de procedure definitief is geëindigd. Eén van de partijen kan de zaak op elk gewenst moment opnieuw aanbrengen. De procedure gaat dan verder op het punt waarop deze zich op het moment van de doorhaling bevond. Dat was het geval in een zaak waar bij rolbeslissing door de griffier werd bepaald dat de zaak weer werd opgebracht. Het verweer dat dit niet mogelijk was ging niet op, omdat daarop bij rolbeslissing was beslist. Dat kan overigens anders zijn als partijen nadrukkelijk hebben bedoeld na de doorhaling de procedure definitief te willen beëindigen en die afspraak ook expliciet in de vaststellingsovereenkomst hebben opgenomen.

2. Na ontbinding recht op oorspronkelijk vordering

In diezelfde uitspraak was nog een ander belangrijk punt aan de orde. Bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst kiezen partijen ervoor om het geschil te beslechten. De eiser doet daarbij afstand van zijn of haar oorspronkelijke vordering. Daarvoor in de plaats komt bijvoorbeeld het overeengekomen schikkingsbedrag. In deze casus kwam de schuldenaar zijn afspraken echter niet na en betaalde het schikkingsbedrag niet. De eiser kan in dat geval de vaststellingsovereenkomst ontbinden. Na de ontbinding kan de eiser terugvallen op zijn of haar oorspronkelijke vordering. Hij zit dus niet meer vast aan het overeengekomen schikkingsbedrag. Om problemen hierover te voorkomen kan het daarom zinvol zijn om een bepaling in de vaststellingsovereenkomst op te nemen die de mogelijkheid van ontbinding uitsluit. Ook het opnemen van een bepaling die regelt dat oude rechten herleven in geval van niet-nakoming, kan zorgen voor meer duidelijkheid.

3. Vergeet niet afspraken schriftelijk vast te leggen

Na het sluiten van een mondelinge vaststellingsovereenkomst kan de opluchting groot zijn. Vergeet niet om de afspraken daarna ook schriftelijk vast te leggen. In een voorbeeld uit de rechtspraak hadden partijen in mediation een mondelinge vaststellingsovereenkomst gesloten, maar waren ze er nog niet aan toegekomen deze op papier te zetten. Vervolgens werd het bestaan van die mondelinge overeenkomst door één partij betwist. In de mediationovereenkomst en in het mediationreglement was onder andere afgesproken dat afspraken schriftelijk moesten worden vastgelegd en moesten worden ondertekend. Nu aan dat schriftelijkheidsvereiste niet was voldaan moest de rechter concluderen dat in dit geval dus géén vaststellingsovereenkomst tussen partijen tot stand was gekomen.

4. Strijd zijn met dwingend recht

Een vaststellingsovereenkomst is ook geldig wanneer zij in strijd mocht blijken met dwingend recht. Dat is niet zo wanneer partijen vooraf al weten dat wat zij hebben afgesproken in strijd is met dwingend recht. Wel moet er onderscheid worden gemaakt tussen de overeenkomst die (a) een bestaand geschil beëindigt en de overeenkomst die (b) een toekomstig geschil voorkomt. De overeenkomst die strekt tot beëindiging van een bestaande onzekerheid of van een bestaand geschil is ook geldig wanneer zij in strijd mocht blijken met dwingend recht. De overeenkomst die strekt tot voorkoming van een toekomstige onzekerheid of van een toekomstig geschil mag daarentegen niet in strijd komen met dwingend recht. Het voorgaande was aan de orde in een zaak waarin een taxibedrijf met ieder van de chauffeurs een vaststellingsovereenkomst had gesloten. In deze overeenkomsten deden de chauffeurs afstand van de eventuele loonvordering waarop zij als gevolg van de geldende cao tegenover het taxibedrijf over het verleden aanspraak zouden kunnen maken vanwege het feit dat de pauzeregeling eventueel niet juist zou zijn toegepast door het taxibedrijf. De HR oordeelde dat het niet mogelijk is voor een werkgever om met werknemers af te spreken dat wanneer in de toekomst zou blijken dat een cao-bepaling onjuist is toegepast, de werknemer afstand doet van zijn rechten uit die cao.  Zie ook elders op onze website in het trefwoordenregister onder Beëindigingsovereenkomst/vaststellingsovereenkomst.

5. Vernietiging op grond van dwaling

Vernietiging van een vaststellingsovereenkomst is in beginsel niet mogelijk wanneer de dwaling betrekking heeft op omstandigheden waarover onzekerheid of geschil bestond. Immers, de vaststellingsovereenkomst dient er juist toe om een einde te maken aan die onzekerheid of het geschil. De aard en de strekking van de vaststellingsovereenkomst brengen dus mee dat de mogelijkheid van aantasting ervan beperkt moet worden gehouden. Vernietiging op grond van dwaling is bijvoorbeeld wél mogelijk wanneer een partij niet voldaan heeft aan haar inlichtingenplicht. De andere partij had wellicht met een juiste voorstelling van zaken de vaststellingsovereenkomst niet of onder andere voorwaarden gesloten. Zij kan dan de overeenkomst vernietigen op grond van dwaling. Dat was het geval in een zaak tussen een verhuurder en een huurder, waarbij de verhuurder de huurovereenkomst wilde beëindigen. Zij sloten daaromtrent een vaststellingsovereenkomst en kwamen een beëindigingsvergoeding overeen. Echter na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst kwam de verhuurder erachter dat de huurder had verzuimd mede te delen dat deze inmiddels al een andere woning had gekocht. Wanneer de verhuurder dit had geweten ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, dan had hij anders kunnen beslissen ten aanzien van het toezeggen van de beëindigingsvergoeding. In dit geval was het beroep op dwaling van de verhuurder succesvol.

6. Aanspraak op wettelijke handelsrente blijft

In een laatste voorbeeld hadden twee partijen een geschil over een tussen hen gesloten handelsovereenkomst. Het kwam tot een procedure en partijen troffen een betalingsregeling die werd vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Toen de betalingsregeling slechts ten dele werd nagekomen en het restant van het openstaande bedrag niet werd betaald, kon de schuldeiser bij incassering van het restbedrag gewoon aanspraak maken op de wettelijke handelsrente. De aanspraak op wettelijke handelsrente blijft dus bestaan, onverminderd het feit dat er een vaststellingsovereenkomst is gesloten.

Advies of vragen over schikking

Bent u in een geschil verwikkeld en heeft u vragen over de mogelijkheden voor het treffen van een schikking? Of wilt u advies over de inhoud van een vaststellingsovereenkomst? Neem contact met ons op: 026 3522 888 of stuur een e-mail naar mail@dekempenaer.nl.