Inhoudsopgave

Burgemeester mocht café sluiten na drugsvondst op dak

Als op het dak van een café drugs worden gevonden, sluit de burgemeester het lokaal voor drie maanden. Onterecht, vindt de eigenaar: er lagen toch geen drugs ín het café?

Een man exploiteert een horeca-inrichting waarvoor hij een exploitatievergunning, een alcoholwetvergunning en een aanwezigheidsvergunning voor twee kansspelautomaten heeft. Bij een controle van een woning in de buurt ziet een medewerker van de Pandbrigade dat iemand vanuit het dakraam van het café een wit plastic tasje op het dak legt. De politie gaat er direct naartoe en constateert dat de mouw van de cafébaas dezelfde is als de mouw van de arm die het tasje weglegde. De eigenaar is de enige aanwezige met dergelijke kleding. Ook ziet de politie dat onder het dakraam een barkruk staat.

Intrekken

De politie haalt het tasje van het dak. Daarin zit 141,85 gram aan verdovende middelen: blokjes hasj en wiet. De cafébaas heeft € 1.720 aan bankbiljetten bij zich. De burgemeester sluit het pand voor drie maanden en trekt de alcoholwet- en de exploitatievergunning in. De eigenaar vecht dit besluit aan bij de rechtbank Den Haag. In zijn café zijn immers geen softdrugs aangetroffen, wel buiten het café. Het zijn juist de handhavers die deze vanaf het dak in het café hebben gebracht. Hijzelf heeft ze niet op het dak gegooid. Sluiting van het café vindt hij een te zware maatregel.

Opiumwet

De sluiting van een ‘lokaal’ – als daar drugs worden aangetroffen – kan op grond van de Opiumwet. Is er meer dat 0,5 gram harddrugs of meer dan 5 gram softdrugs aanwezig, dan mag de burgemeester ervan uitgaan dat de drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. De handhavers hebben veel meer aangetroffen en gezien dat de eigenaar dit op het dak legde. De burgemeester mag in beginsel uitgaan van een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal of bestuurlijke rapportage – zoals in deze zaak. De eigenaar toont niet overtuigend aan dat het allemaal anders is gegaan.

Zware maatregel

De rechtbank oordeelt dat de burgemeester op basis van de bestuurlijke rapportages mocht aannemen dat sprake was van een handelshoeveelheid drugs in het café. Dat de drugs op het moment van vinden niet daadwerkelijk in de kroeg maar op het dak lagen, maakt niet veel uit. De rechtbank vindt het voldoende aannemelijk dat het tasje met de drugs vanuit het café op het dak is gelegd. Dat de eigenaar beweert dat met de sluiting uiterst zware maatregelen zijn getroffen, doet niet aan de sluiting af. De man heeft niet aangetoond dat de maatregel onevenredige gevolgen heeft.

ECLI:NL:RBDHA:2024:4331

Bron:Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2024:4331 23/3192 | 19-02-2024
Facebook
Twitter
LinkedIn
Print

Meer weten?

Bel 026 – 35 22 888 of stuur een bericht.

Mail

DELEN

Facebook
Pinterest
Twitter
LinkedIn