Een projectontwikkelaar kan omwonenden niet zomaar dwingen hun bezwaar tegen een omgevingsvergunning in te trekken. Dat blijkt uit een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
De zaak gaat over een grote woningbouwontwikkeling in Nederland. Twee omwonenden hebben bezwaar gemaakt tegen verschillende omgevingsvergunningen voor nieuwe woningen. De ontwikkelaar stelt dat deze procedures de bouw vertragen en de verkoop van de woningen belemmeren. Zij vraagt de civiele rechter daarom in kort geding om de omwonenden te verplichten hun bezwaar in te trekken en hen vijf jaar lang te verbieden nieuwe rechtsmiddelen in te stellen.
Misbruik van recht?
Volgens de ontwikkelaar maken de omwonenden misbruik van hun procesrecht. Zij zouden steeds dezelfde bezwaren aanvoeren, terwijl eerdere bezwaren zijn afgewezen. Het doel zou vooral zijn om het project te vertragen. De rechtbank benadrukt dat met het aannemen van misbruik van procesrecht terughoudend moet worden omgegaan. Toegang tot de rechter is een fundamenteel recht. Dat geldt zeker als de civiele rechter wordt gevraagd iemand te verbieden om bij de bestuursrechter tegen een overheidsbesluit op te komen.
Bezwaren niet bij voorbaat kansloos
De omwonenden voeren onder meer aan dat bij verschillende bouwblokken mogelijk met een te lage parkeernorm wordt gerekend. Een bezwaarschriftencommissie had eerder ook geoordeeld dat de motivering over de parkeernormen onvoldoende was. Volgens de voorzieningenrechter kan daarom niet worden gezegd dat de lopende bezwaar- en beroepsprocedures bij voorbaat kansloos zijn. Bovendien gaat het om verschillende vergunningen, voor verschillende fasen en typen woningen. Eerdere afwijzingen betekenen dus niet automatisch dat nieuwe bezwaren ongegrond zijn.
Gesprekken
Ook uit eerdere gesprekken over een mogelijke schikking, waarbij een andere woning ter sprake kwam, volgt volgens de rechtbank niet dat de procedures alleen worden gebruikt om voordeel af te dwingen. De vorderingen van de ontwikkelaar worden daarom afgewezen.