Inhoudsopgave

Bestuurder op papier is persoonlijk aansprakelijk voor faillissementstekort

Je staat ingeschreven als bestuurder van een BV, maar bemoeit je nauwelijks met de dagelijkse leiding. De administratie wordt door iemand anders verzorgd. Als de onderneming failliet gaat, kun je dan toch persoonlijk aansprakelijk worden gehouden voor alle onbetaalde schulden? De rechtbank Overijssel oordeelt dat dit inderdaad mogelijk is. Een voormalig bestuurder van een restaurant-BV moet het volledige faillissementstekort betalen.

Een man staat van september 2023 tot maart 2025 als bestuurder ingeschreven van een BV die een restaurant exploiteert. In juni 2025 gaat de onderneming failliet. De curator ontdekt dat de administratie niet op orde is en dat er geen jaarrekeningen zijn gepubliceerd. Zij stelt de voormalige bestuurder daarom persoonlijk aansprakelijk voor het faillissementstekort.

Geen echte bestuurder

De man verweert zich. Volgens hem was hij helemaal geen echte bestuurder. Hij zou zich alleen op verzoek van een andere betrokkene hebben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, terwijl die ander de feitelijke leiding had. De rechtbank gaat daar niet in mee. Uit verklaringen en correspondentie blijkt dat het wel degelijk de bedoeling was dat de man bestuurder zou worden. Dat iemand anders zich met de dagelijkse gang van zaken bezighield, maakt dat niet anders.

Ontbrekende administratie

Op grond van artikel 2:248 BW kunnen bestuurders bij een faillissement persoonlijk aansprakelijk zijn als sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is. De wet kent daarbij een belangrijke bewijsregel. Wanneer een BV niet voldoet aan haar administratieplicht of de verplichting om jaarrekeningen te publiceren, staat in beginsel vast dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Bovendien wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. De bestuurder kan dit vermoeden weerleggen door aannemelijk te maken dat andere omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement waren.

Geen onderbouwing

De man stelt dat de andere bestuurder geld uit de onderneming heeft gehaald en dat diens slechte bestuur tot het faillissement heeft geleid. Maar hij kan dat niet voldoende onderbouwen. Juist doordat een deugdelijke administratie ontbreekt, valt niet vast te stellen welke bedragen wanneer zijn onttrokken en welke gevolgen dat heeft gehad. De rechtbank houdt de man aansprakelijk voor het volledige faillissementstekort. Ook zijn verzoek om de aansprakelijkheid te matigen wordt afgewezen. Hij is immers ongeveer anderhalf jaar bestuurder geweest, meer dan de helft van de bestaansduur van de BV, zonder ervoor te zorgen dat de administratie en jaarrekeningen op orde waren. Het faillissementstekort wordt voorlopig begroot op ruim € 207.000, exclusief verdere faillissementskosten. De man moet alvast een voorschot van € 32.625 betalen.

ECLI:NL:RBOVE:2026:6318

Bron:Rechtbank Overijssel | jurisprudentie | ECLI:NL:RBOVE:2026:6318 C/08/339903 / HA ZA 25-374 | 13-10-2026
Facebook
LinkedIn
Print
X

Meer weten?

Neem contact met ons op!

Mail