Als een inburgeraar door ziekte niet tijdig het inburgeringsexamen kan afleggen, moet er een integrale medische beoordeling plaatsvinden om te achterhalen of de inburgeringsplichtige een verwijt kan worden gemaakt. Er moet dan ook worden gekeken naar de gehele gezinssituatie.
Een vrouw is sinds 2019 inburgeringsplichtig. Na drie jaar vraagt zij om verlenging van de inburgeringstermijn, omdat zij tijdens die termijn twee kinderen heeft gekregen. Bovendien zouden er ‘medische omstandigheden’ zijn waardoor zij niet altijd onderwijs kon volgen.
Verwijt
In de Wet inburgering 2013 staat dat de inburgeringsplichtige binnen drie jaar het inburgeringsexamen moet behalen. Deze termijn kan worden verlengd als de inburgeringsplichtige aannemelijk maakt dat haar geen verwijt treft voor het niet op tijd halen van het examen. Dit is aan de orde als de inburgeringsplichtige of haar gezinsleden ten minste drie aaneengesloten maanden ziek zijn. Dan wordt de termijn verlengd met een periode die gelijk is aan de duur van de ziekteperiode. Kan de inburgeringsplichtige de termijnoverschrijding niet verantwoorden, dan kan de minister een boete opleggen.
Geen medische reden
In deze zaak zijn de vrouw, haar partner en haar dochter (2022) medisch beoordeeld. Daaruit bleek geen medische reden voor de verlenging van de inburgeringsperiode. De partner had wel mantelzorg nodig en het kind had weliswaar een aangeboren afwijking, maar dat alles betekende volgens de medisch adviseur niet dat de vrouw geen onderwijs kon volgen. En ook niet toen de vrouw ziek was tijdens de zwangerschap: dat beperkte haar niet om de lessen te volgen.
Onderlinge samenhang
De rechtbank Overijssel stelt dat de minister een te beperkte toets heeft uitgevoerd. De medisch adviseur heeft per persoon – dus afzonderlijk – geconcludeerd dat niet is gebleken dat de vrouw tenminste drie aangesloten maanden geen onderwijs heeft kunnen volgen. Maar dit moet in onderlinge samenhang worden bezien, en er moet worden gekeken wat voor gevolgen deze (medische) omstandigheden hadden op de gezinssituatie en sociale situatie van de vrouw. Zo’n integrale beoordeling heeft de medisch adviseur niet gemaakt. Daarmee is het besluit van de minister onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De minister moet met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing nemen.
Boete
De rechtbank herroept ook het boetebesluit van de minister, omdat deze niet kon vaststellen dat de vrouw de Wet inburgering heeft overtreden. Zij krijgt dit geld terug. Omdat de minister de procedure te lang heeft laten voortslepen – waarmee de redelijke termijn is overschreden – moet deze de vrouw ook nog een immateriële schadevergoeding van € 500 betalen.