Zekerheid bedingen tot terugbetaling? Kijk goed naar welke mogelijkheden er zijn (en vooral: welke niet).

Door: mr. E.P.C. (Erik) Duinkerke, Ondernemingsrecht Datum: 6 november 2019

Aanleiding voor deze blog is een recent vonnis, waarin de rechter heeft bevestigd dat een overdracht van eigendom geen zekerheid mag bieden voor de nakoming van betalingsverplichtingen. U kunt het volledige vonnis hier lezen (ECLI:NL:RBNNE:2019:4135).

Hoe zat het in deze procedure? A en B hebben een geldleningsovereenkomst gesloten. B heeft € 30.000 geleend van A. In de overeenkomst is vastgelegd dat dit bedrag binnen 6 maanden volledig moest zijn terugbetaald. Als dit bedrag niet geheel en tijdig zou zijn terugbetaald, zouden de vrachtwagens van B inclusief kentekenbewijzen eigendom van A worden. Schuldenaar B ging vervolgens failliet. Vlak voor de faillietverklaring heeft A de kentekenbewijzen van B’s vrachtwagens in ontvangst genomen en op zijn naam laten overschrijven in het register van de RDW. De curator in het faillissement van B vordert vervolgens dat A de vrachtwagens met kentekenbewijzen teruggeeft.

A is van mening dat hij terecht de vrachtwagens in eigendom heeft ontvangen. Dit vloeide namelijk voort uit de geldleningsovereenkomst die hij met B had gesloten. De curator meent echter van niet: de overeenkomst had volgens hem namelijk ten doel de vrachtwagens over te dragen tot zekerheid en deze is daarom niet geldig. Hij beroept zich daarbij op artikel 3:84 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Geen geldige titel voor overdracht, A moet de vrachtwagens teruggeven.

A heeft tijdens de zitting aangevoerd “dat het doel van de afspraak was dat [A] iets kreeg dat hem de zekerheid gaf dat hij zijn geleende geld terugkreeg”. Ook werd in de overeenkomst gesproken over een ‘onderpand’ en zou de eigendomsoverdracht pas plaatsvinden als B in verzuim verkeerde met zijn betalingsverplichtingen aan A. Het viel dus wellicht ook te beargumenteren dat er een pandrecht op de vrachtwagens was gevestigd. Alle omstandigheden in deze zaak in overweging genomen, oordeelt de rechter dat met de overdracht van de vrachtwagens niet een ‘werkelijke overdracht’ is beoogd, maar alleen een recht dat A beschermt in zijn belang als schuldeiser van B. Daarmee ontkomt A niet aan het genoemde fiduciaverbod. Een geldige titel voor overdracht was er daarom niet. A moet de vrachtwagens met kentekenbewijzen daarom (terug)geven aan de curator.

Het hierboven vermelde oordeel van de kortgedingrechter is duidelijk. Daarvoor is het volgende van belang. Voor een geldige overdracht van goederen gelden drie vereisten: (i) een leveringshandeling, (ii) verricht krachtens een geldige titel en (iii) door iemand die bevoegd is om over het goed te beschikken. In deze procedure werd aan het tweede vereiste, de geldige titel, niet voldaan. Artikel 3:84 lid 3 BW bepaalt namelijk dat een rechtshandeling die ten doel heeft een goed over te dragen tot zekerheid, geen geldige titel voor overdracht van dat goed is. Dit wordt in jargon het ‘fiduciaverbod’ genoemd. De gedachte achter dit verbod is dat de wetgever de verschillende soorten wettelijke zekerheden heeft willen beperken, ook wel het gesloten stelsel van zekerheidsrechten. Er zijn ook andere vormen van zekerheid denkbaar dan alleen wettelijke zekerheden, daar kom ik hieronder op terug.

Welke zekerheden zijn mogelijk en welke niet voor het nakomen van betalingsverplichtingen?

In onze praktijk merken we dat veel ondernemers niet goed weten welke zekerheden mogelijk zijn en – vooral – welke niet. Daardoor komen zij soms bedrogen uit, zoals A in de bovengenoemde procedure. Dus wat hadden partijen hier beter kunnen doen? En welke mogelijkheden zijn er eigenlijk? Partijen kunnen verschillende soorten zekerheden afspreken voor het geval de wederpartij zijn verplichtingen uit een geldleningsovereenkomst niet nakomen. De meest voorkomende varianten zijn het hypotheekrecht en het (stille/openbare) pandrecht. Deze vormen van zekerheid zijn in de wet geregeld. In geval van een hypotheekrecht bestaat de zekerheid uit een onroerende zaak, bijvoorbeeld iemands woning of een bedrijfspand. Bij een stil pandrecht wordt zekerheid verstrekt in de vorm van spullen of vorderingen, zoals de bedrijfsvoorraad of de debiteuren van de partij die de lening aangaat. Bij borgtocht staat een derde partij in voor de terugbetalingsverplichtingen voor het geval de geldlener die verplichtingen niet nakomt.

Vooraf goede afspraken maken

Wat hadden A en B wel kunnen doen? A en B hadden kunnen afspreken dat B een pandrecht op de vrachtwagens verstrekt aan A, als zekerheid voor de nakoming van B’s betalingsverplichtingen aan A. Ook had B bijvoorbeeld de vorderingen op zijn debiteuren kunnen verpanden of een derde borg kunnen laten staan voor hem. Ook in geval van faillissement van de wederpartij kan een pandhouder zijn rechten meestal veiligstellen. Maar nu er in strijd met het fiduciaverbod is gecontracteerd, staat A met lege handen.

Vragen en advies

Kunt u ook advies gebruiken over welke zekerheden in welke situaties kunnen worden verstrekt? En welke vormen in uw geval het beste passen? Neem dan vrijblijvend contact op met Erik Duinkerke op 026 – 352 28 25.