Een werknemer wordt in het buitenland ziek. Als de werkgever hem opdraagt naar de Nederlandse bedrijfsarts te gaan, weigert de werknemer. Dat komt hem duur te staan.
Een man heeft een hond die bij zijn moeder in Portugal verblijft. Als de hond op sterven ligt, gaat de man er naartoe. Zijn werkgever kent hem twee dagen calamiteitenverlof toe. Daags na het overlijden van de hond meldt de man zich ziek. Hij stuurt zijn werkgever een ‘certificaat van tijdelijke ongeschiktheid’, opgesteld door een Portugese arts. Deze arts stelt dat de man beter niet kan reizen, hem wordt aangeraden een therapietraject van één maand in Portugal te volgen, wat later met een maand wordt verlengd.
Loonstop
De werkgever stelt dat de man in Nederland de bedrijfsarts moet bezoeken, maar hij verschijnt niet. Hij stuurt wel meerdere ‘certificaten van tijdelijke arbeidsongeschiktheid’. Na een afwezigheid van drie maanden stopt de werkgever de loonbetaling, acht maanden later zet de werkgever een punt achter de arbeidsovereenkomst. De man eist bij de kantonrechter (rechtbank Amsterdam) betaling van achterstallig loon. Hij vindt het verzoek van zijn werkgever om naar Nederland af te reizen en om fysiek aanwezig te zijn bij de bedrijfsarts geen redelijk voorschrift is: artsen in Portugal hadden reizen juist afgeraden.
Redelijke voorschriften
In het Burgerlijk Wetboek staat dat een werknemer die arbeidsongeschikt is wegens ziekte het recht op loon behoudt, tenzij de werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan ‘redelijke voorschriften’ die de werknemer in staat moeten stellen passende arbeid te verrichten. Een werkgever kan werknemers dwingen mee te werken aan re-integratie, bijvoorbeeld met een loonsanctie. De vraag die hier speelt is of het verzoek van de werkgever dat de man naar Nederland moest afreizen om fysiek aanwezig te zijn bij de bedrijfsarts wel een ‘redelijk voorschrift’ is.
Bedrijfsarts
In Nederland is de bedrijfsarts degene die moet vaststellen of een werknemer in staat is om (passende) werkzaamheden uit te voeren. De werkgever moet bij de re-integratie afgaan op het advies van de bedrijfsarts. Volgens deze bedrijfsarts was de fysieke aanwezigheid van de man op het spreekuur noodzakelijk om de mate van arbeids(on)geschiktheid vast te stellen. Dan kon hij ook behandelingsmogelijkheden onderzoeken. Het voorschrift van de werkgever is daarom gepast en dus niet onredelijk, oordeelt de kantonrechter.
Loonsanctie
Volgens de bedrijfsarts was er geen medische reisbeperking. Met de doktersverklaringen uit Portugal kan de kantonrechter, zonder nadere toelichting van die arts, maar weinig. Uit ‘certificaten van tijdelijke arbeidsongeschiktheid’ blijkt ook geen reisbeperking. Nu de man zijn re-integratieverplichting heeft geschonden, mocht de werkgever een loonsanctie toepassen. De werkgever hoeft het achterstallige loon niet te betalen.