Het maakt nogal uit of iemand als privépersoon of als vennoot wordt gedagvaard. Wordt de verkeerde in rechte betrokken, dan wordt een vordering niet toegewezen.
Een man zoekt via Facebook vakmensen die een woning in Frankrijk kunnen verbouwen. Een bouwbedrijf brengt een offerte uit. De man accepteert deze via het e-mailadres van zijn eigen vof. Het bouwbedrijf gaat aan de slag en factureert na enkele maanden € 25.000 aan de vennoot wiens huis is verbouwd. Als niemand betaalt, dagvaardt het bouwbedrijf de vennoot voor de rechtbank Limburg. Tegelijk wil deze vennoot dat het bouwbedrijf hem € 25.500 betaalt (‘in reconventie’).
Privépersoon
De kantonrechter stelt vast dat de vennoot de aanvraag voor de werkzaamheden aan de woning heeft gedaan als privépersoon. De offerte was ook aan hem (als privépersoon) gericht. Hij is daarmee als privépersoon de contractspartij van het bouwbedrijf. Dat die offerte is geaccepteerd via het e-mailadres van de vof van de vennoot maakt dit niet anders. Dit is hooguit onhandig, maar daarmee is de vof nog niet de contractspartij geworden. Evenmin is van belang dat er contacten zijn onderhouden met een andere vennoot van die vof. Het enige dat telt is dat de overeenkomst is gesloten tussen het bouwbedrijf en de vennoot als privépersoon.
Verkeerde gedagvaard
Echter, deze privépersoon is niet in rechte aangesproken: het bouwbedrijf heeft de man als vennoot gedagvaard. Daarmee strandt de vordering van het bouwbedrijf: het bouwbedrijf heeft de verkeerde gedagvaard. Daar komt overigens bij dat het bouwbedrijf niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe haar vordering tot stand is gekomen en is opgebouwd. Welke facturen zijn in rekening gebracht en niet betaald, waarop hebben die facturen betrekking en zijn de facturen terecht opgemaakt? Er zijn zoveel onduidelijkheden dat de vordering wordt afgewezen, zelfs als de juiste partij wel was gedagvaard.
In reconventie
De kantonrechter is niet bevoegd de vordering van de vennoot tegen het bouwbedrijf te behandelen. Een kantonrechter behandelt alleen zaken tot maximaal € 25.000 (incl. rente), grotere vorderingen komen bij de rechtbank terecht. Maar omdat de vorderingen over en weer betrekking hebben op dezelfde kwestie, oordeelt de kantonrechter toch over deze vordering in reconventie.
Afwijzing
Maar hier geldt hetzelfde: onduidelijk is waarom de vennoot dit geld wil van het bouwbedrijf, de vordering is niet deugdelijk onderbouwd. De vennoot stelt weliswaar dat op een aantal dagen niet is gewerkt, maar toont dit niet aan. Het bouwbedrijf betwist dit bovendien. Verder is deze vordering ook ingediend door de man in zijn hoedanigheid van vennoot, terwijl de man als privépersoon contractspartij was. Alleen de man als privépersoon kon dus een vordering tegen het bouwbedrijf instellen. De kantonrechter wijst ook de vordering in reconventie af.