Doorgaans zijn het schuldeisers die het faillissement van een vennootschap aanvragen. Het Openbaar Ministerie kan dat ook, als er een ‘openbaar belang’ speelt.
De vraag die de rechtbank Rotterdam moest beantwoorden was of openbaar belang aan de orde was bij een BV die actief was op de cryptomarkt. Deze BV had 30.000 klanten met € 14 miljoen aan tegoeden. Daarvan ontbrak de helft, iets wat de klanten niet wisten: de BV had de toegang tot het handelsplatform geblokkeerd.
Openbaar Ministerie
Nu de klanten – door hun informatieachterstand – het faillissement van de BV niet zelf konden aanvragen, vroeg het OM – zelf geen schuldeiser – de rechtbank de BV ‘om redenen van openbaar belang’ failliet te verklaren.
Openbaar belang
Was hier wel sprake van ‘een openbaar belang’? Een openbaar belang overstijgt het belang van de afzonderlijke of gezamenlijke crediteuren. Verschillende omstandigheden kunnen daarbij een rol spelen, zoals een groot aantal gedupeerden, verdenkingen van verduistering, voortvluchtige bestuurders en een informatieachterstand voor de schuldeisers.
Onvoldoende informatie
In de zaak waren er veel gedupeerden die vanwege de blokkering van hun accounts niet meer bij hun tegoeden konden. Zij waren niet geïnformeerd over de financiële problemen en hadden daardoor onvoldoende informatie om het faillissement van de BV aan te vragen. Verder was het onduidelijk hoe het dekkingstekort was ontstaan. De BV had geld geleend aan een bestuurder, wat kan duiden op belangenverstrengeling. Hier was openbaar belang in het spel, redeneerde het OM.
Faillissementstoestand
Ook was sprake van een faillissementstoestand: de schuldenaar verkeerde in een situatie dat hij had opgehouden te betalen. Of er niet wordt betaald uit betalingsonmacht of betalingsonwil doet niet ter zake. De klanten hadden een overeenkomst met het cryptoplatform op grond waarvan zij hun tegoeden konden vorderen.
Aparte stichting
De ingelegde crypto-activa en gelden van de klanten werden gescheiden van het vermogen van de BV. Een aparte stichting hield die klantgelden in bewaring. Nu het niet mogelijk was om de klanten volledig te betalen, is summierlijk gebleken dat de BV verkeerde in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Dat gold ook voor een stichting. Die was op grond van de algemene voorwaarden verplicht om, ingeval van het faillissement van de BV, de gelijke waarde van crypto in euro’s naar de klanten over te maken. Nu ook de stichting deze verplichting niet kon nakomen, verkeerde ook de stichting in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. De rechtbank verklaarde de BV en de stichting beide in staat van faillissement.