Inhoudsopgave

Ook renvooiprocedure over zeevervoer hoort thuis in Rotterdam

Een geschil over een vordering in een faillissement wordt normaal gesproken via een renvooiprocedure behandeld door de rechtbank waar het faillissement loopt. Maar wat als voor het onderliggende geschil een andere rechtbank exclusief bevoegd is? Dan gaat die bijzondere bevoegdheidsregel voor. Dat oordeelt de rechtbank Den Haag in een geschil over ruim € 4 miljoen.

De zaak draait om een onderneming die in 2014 meerdere ladingen aardappelen verkoopt aan een koper in Pakistan. Een vervoerder verscheept in totaal ongeveer 177 containers van Rotterdam naar Karachi. De koper haalt slechts 40 containers op. De overige 137 containers blijven achter.

Schade

De vervoerder stelt daardoor ruim € 4 miljoen schade te hebben geleden, onder meer door onbetaalde vracht, koelingskosten en de uiteindelijke vernietiging van de aardappelen. Volgens de vervoerder moet de Nederlandse verkoper die kosten betalen, omdat deze opdrachtgever is bij de vervoersovereenkomst. De curator betwist dat.

Renvooiprocedure

De verkoper gaat later failliet. De vervoerder dient haar vordering in het faillissement in, maar de curator betwist deze. Daarom verwijst de rechter-commissaris het geschil naar een zogenoemde renvooiprocedure bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank stelt vervolgens zelf de vraag of zij de zaak eigenlijk wel mag behandelen. Het geschil gaat immers over het vervoer van goederen over zee. Voor dergelijke zaken bepaalt artikel 625 Rv dat uitsluitend de rechtbank Rotterdam bevoegd is.

Speciale bevoegdheidsregel gaat voor

Dat sprake is van een renvooiprocedure maakt volgens de rechtbank geen verschil. De Faillissementswet schept geen algemene exclusieve bevoegdheid voor alle geschillen over vorderingen die in een faillissement ter verificatie worden ingediend. Daar staat tegenover dat de wetgever scheepvaartzaken bewust bij de rechtbank Rotterdam heeft geconcentreerd. Het gaat om een specialistisch rechtsgebied met vaak complexe materie. De rechtbank Rotterdam beschikt daarvoor over specifieke kennis en ervaring. De bijzondere bevoegdheidsregel voor scheepvaartzaken gaat daarom ook bij een renvooiprocedure voor.

Onbevoegd

De rechtbank Den Haag verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar het team haven en handel van de rechtbank Rotterdam. Over de vraag of de vervoerder daadwerkelijk recht heeft op de ruim € 4 miljoen wordt dus nog niet beslist.

ECLI:NL:RBDHA:2026:24342

Bron:Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2026:24342 | 11-08-2026
Facebook
LinkedIn
Print
X

Meer weten?

Neem contact met ons op!

Mail