Een werknemer met een dienstverband van ruim dertig jaar bij een onderneming in de verzekeringsbranche wordt door zijn werkgever voorgedragen voor ontslag. Zowel de kantonrechter als het gerechtshof oordeelt dat daarvoor onvoldoende grond bestaat.
De werknemer vervult jarenlang sales- en accountmanagementfuncties. De feitelijke invulling van zijn werkzaamheden verandert in de loop der tijd structureel. Traditionele product- en marktactiviteiten nemen af, terwijl hij steeds meer werkzaamheden verricht in pensioenfondsen, sectorale werkgroepen en internationale netwerken, met instemming van de werkgever en zonder aanpassing van zijn arbeidsduur. Het formele functieprofiel wordt niet gewijzigd.
Reorganisatie
In 2024 start de werkgever meerdere reorganisaties tegelijk. De functie van de werknemer wordt als vervallen aangemerkt, waarna hij boventallig wordt verklaard en vrijgesteld van werkzaamheden. De ondernemingsraad signaleert dat het functiehuis niet op orde is, omdat feitelijke werkzaamheden en formele functies al langere tijd uiteenlopen. Het UWV weigert toestemming voor ontslag, omdat onvoldoende duidelijk is wat de feitelijke functie-inhoud is en of de arbeidsplaats structureel vervalt.
Collectief ontslag
De kantonrechter van de rechtbank Amsterdam wijst een door de werkgever ingediend ontbindingsverzoek af en het gerechtshof Amsterdam bevestigt dat oordeel. De werkgever heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat is voldaan aan de meldings- en raadplegingsverplichtingen bij collectief ontslag op basis van de Wet melding collectief ontslag. Volgens het hof is onvoldoende weersproken dat de reorganisaties leiden tot meer dan twintig ontslagen of daarmee gelijkgestelde beëindigingen, waaronder ingrijpende functiewijzigingen onder dreiging van ontslag.
Niet naleving
De verplichtingen bij collectief ontslag beogen werknemers en vakbonden tijdig te informeren en te betrekken bij ingrijpende reorganisaties, zodat alternatieven kunnen worden verkend en de gevolgen van ontslag kunnen worden beperkt. Door deze verplichtingen niet na te leven, mag de arbeidsovereenkomst door het hof niet worden beëindigd, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarvan is niet gebleken.
Geen verval
Afgezien daarvan is er ook inhoudelijk volgens het hof geen reden voor ontbinding vanwege bedrijfseconomische redenen. Het hof oordeelt dat het voor risico van de werkgever komt dat zij jarenlang heeft toegestaan dat de feitelijke werkzaamheden afweken van het formele functieprofiel. Nu een aanzienlijk deel van die werkzaamheden niet is vervallen, kan niet worden vastgesteld dat de arbeidsplaats noodzakelijkerwijs is komen te vervallen.
Geen verstoring
Het subsidiaire beroep van de werkgever op een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding slaagt evenmin. Dat de werknemer zich verzet tegen ontslag en onderhandelt over beëindigingsvoorwaarden levert geen onherstelbare vertrouwensbreuk op. Het hof bevestigt daarom ook wat dit betreft de beslissing van de kantonrechter. De werknemer blijft vooralsnog gewoon in dienst.