Een aannemer begint in opdracht van een cateringsbedrijf met de bouw van een pand. Gedurende de rit ontstaan ‘onvoorziene omstandigheden’. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam legt uit wat dit betekent voor de bouw.
Een cateringbedrijf vraagt een aannemingsbedrijf een offerte uit te brengen voor de bouw van een nieuwe bedrijfslocatie. De aanneemsom bedraagt € 785.000, dit is inclusief € 279.529 voor de montage van koel- en vriescellen, die door een koelinstallateur op maat worden gemaakt en geleverd.
Aanbetaling
Er komt een kink in de kabel als de aannemer laat weten dat de koelinstallateur een aanbetaling verlangt voor de koelcellen. De cateraar stelt dat is overeengekomen dat het cateringbedrijf geen aanbetalingen doet, ook niet voor de koelcellen: het aannemingsbedrijf moet die voorfinancieren. De cateraar stelt voor de koel- en vriescellen uit de overeenkomst te halen, waarmee het aannemingsbedrijf instemt. Maar dit heeft wel gevolgen voor de werkzaamheden. Het storten van de betonvloer in de vriescel, de verlichting, de oprit voor de vriescel, de snelroldeur en veel andere technische onderdelen moeten dan anders worden ingeregeld. De aannemer wil hiervoor een aanvullende overeenkomst sluiten. Als de cateraar enkele deelfacturen niet betaalt schort de aannemer het werk op.
Koel- en vriescellen
Vervolgens vordert het cateringbedrijf dat de voorzieningenrechter de aannemer veroordeelt de werkzaamheden te hervatten zoals in eerste instantie overeengekomen. Maar volgens de rechter heeft het cateringbedrijf zelf aan de afronding van het werk in de weg gestaan. In dit kort geding stelt de cateraar dat de koel- en vriescellen nog steeds onderdeel uitmaken van de overeenkomst, terwijl zij eerder heeft voorgesteld om deze uit de overeenkomst te halen en zelf deze cellen van de koelinstallateur af te nemen. Echter, richting koelinstallateur heeft de cateraar geen actie ondernomen.
Onvoorziene omstandigheid
Nu het contract is aangepast, is sprake van een onvoorziene omstandigheid. Een ongewijzigde instandhouding van de oorspronkelijke overeenkomst mag naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van het aannemingsbedrijf worden verwacht, oordeelt de rechter. In de overeenkomst is niet afgesproken dat het cateringbedrijf geen aan- of vooruitbetalingen zou doen of dat het aannemingsbedrijf de koelcellen zou voorfinancieren. Dat de koelinstallateur een aanbetaling voor deze cellen wilde, is een omstandigheid die partijen bij het sluiten van de overeenkomst niet hadden voorzien. Toen zij besloten de koelcellen uit de overeenkomst te halen, kon nakoming van de oorspronkelijke overeenkomst niet van het aannemingsbedrijf worden verwacht. Daar komt bij dat onduidelijk is welke werkzaamheden in de nieuwe situatie door het aannemingsbedrijf moeten worden uitgevoerd. De vordering van de cateraar om het werk gewoon te laten doorgaan, wijst de voorzieningenrechter om die redenen af.