Op 30 maart 2026 nam de Raad van de Europese Unie een nieuwe Richtlijn tot harmonisatie van bepaalde aspecten van het insolventierecht aan. De richtlijn beoogt nationale verschillen op het gebied van faillissementen te verkleinen en insolventieprocedures binnen de EU efficiënter en voorspelbaarder te maken. Daarmee moet de richtlijn ook het investeringsklimaat verbeteren, omdat investeerders niet langer met 27 uiteenlopende systemen worden geconfronteerd. Lidstaten hebben twee jaar en negen maanden om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.
De richtlijn introduceert EU-brede minimumnormen voor belangrijke onderdelen van het insolventierecht. Centraal staan betere verhaalsmogelijkheden voor schuldeisers, snellere procedures en meer transparantie, met name in grensoverschrijdende situaties.
Ingrijpende veranderingen
De richtlijn brengt een aantal ingrijpende wijzigingen met zich mee. Zo komen er uniforme regels voor het terugdraaien van benadelende transacties (de zogenoemde actio pauliana), waardoor activa minder gemakkelijk aan de boedel kunnen worden onttrokken. Daarnaast wordt het mogelijk om activa EU-breed op te sporen. Insolventiefunctionarissen krijgen toegang tot onder meer bankrekeningregisters, kadasters en andere databanken in verschillende lidstaten. Ook wordt de pre-packprocedure in alle lidstaten geïntroduceerd. Daarmee kan een doorstart al vóór faillissement worden voorbereid, zodat een onderneming snel na opening van de procedure kan worden verkocht.
Nieuwe verplichtingen voor bestuurders
Een andere belangrijke wijziging is de invoering van een uniforme aanvraagplicht. Bestuurders moeten binnen drie maanden nadat zij weten dat de onderneming insolvent is, een procedure starten. Doen zij dat niet, dan kunnen zij civielrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. Lidstaten krijgen wel enige ruimte: de aanvraagplicht kan worden opgeschort als bestuurders aantoonbaar andere maatregelen nemen om de belangen van schuldeisers te beschermen.
Versterking van positie schuldeisers
De richtlijn versterkt ook de positie van schuldeisers. In bepaalde gevallen moeten schuldeiserscomités worden ingesteld, met geharmoniseerde regels over samenstelling en werkwijze. Dit vergroot de betrokkenheid en invloed van schuldeisers tijdens de procedure. Daarnaast moeten lidstaten meer transparantie bieden over hun nationale insolventieregels via het Europese e-justitieportaal.
Implementatie
Lidstaten hebben twee jaar en negen maanden om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. De gevolgen voor de praktijk zijn aanzienlijk. Bestuurders krijgen te maken met strengere verplichtingen en grotere aansprakelijkheidsrisico’s. Financiers en investeerders profiteren juist van meer voorspelbaarheid en betere toegang tot informatie.
Richtlijn tot harmonisatie van bepaalde aspecten van het insolventierecht