Een chauffeur is ruim zes maanden in dienst als hij op staande voet wordt ontslagen. De reden: hij zou veelvuldig te laat op het werk komen. De chauffeur verzoekt de kantonrechter (rechtbank Rotterdam) deze opzegging terug te draaien.
Opmerkelijk aan deze zaak is dat de werkgever een half jaar na dit ontslag failliet is verklaard en dat het verzoekschrift van de chauffeur pas na dit faillissement bij de rechtbank binnenkwam. Het faillissement leidt er niet toe dat deze verzoekschriftprocedure ambtshalve wordt geschorst. Het verzoek van de chauffeur om het ontslag ongeldig te verklaren, staat immers los van de voldoening van een verbintenis uit de boedel. De procedure is voortgezet zonder dat de curator deze heeft overgenomen. De chauffeur stelt dat hij belang heeft bij een beslissing op zijn verzoek in verband met een eventuele uitkering. Daarom zal de kantonrechter de zaak behandelen.
Voorwaarden
De chauffeur is niet akkoord gegaan met de plotselinge opzegging en volgens de kantonrechter is niet voldaan aan de voorwaarden voor een ontslag op staande voet. Die voorwaarden zijn een dringende reden, onverwijld opzeggen en onverwijld meedelen van de reden.
Ontslagen
Een week nadat de chauffeur voor het laatste had gewerkt, stuurde de werkgever twee appjes (daartussen zaten vijf minuten) aan de chauffeur. De boodschap: er is voorlopig geen werk voor hem en de chauffeur is ontslagen. Ruim een half uur later stuurde de werkgever twee mails (ook weer binnen vijf minuten) met officiële waarschuwingen over het te laat komen door de chauffeur. Een paar minuten later volgde de ontslagbrief.
Geen verbeterkans
Onduidelijk is of de chauffeur daadwerkelijk zo vaak te laat kwam, dus of er echt een grond was voor ontslag op staande voet. Maar minstens zo kwalijk is dat de chauffeur geen echte verbeterkans heeft gekregen. Dat is wel de bedoeling van een officiële waarschuwing. Alleen al daarom is geen sprake van een dringende reden. Ook heeft de werkgever niet ‘onverwijld’ opgezegd. Onverwijld betekent dat de werkgever de chauffeur had moeten ontslaan zo kort mogelijk nadat hij had ontdekt dat de chauffeur ondanks waarschuwingen weer te laat was gekomen. Dat is niet gebeurd. De chauffeur zat op het moment dat hij werd ontslagen thuis omdat de werkgever geen werk voor hem had. De kantonrechter vernietigt de opzegging.