Als een vlucht wordt geannuleerd, betaalt de luchtvaartmaatschappij de ticketprijs terug aan het reisbureau waar de passagiers hebben geboekt. Maar voordat de passagiers hun geld krijgen, gaat het reisbureau failliet. Kunnen ze dan naar hun geld fluiten?
Een echtpaar boekt bij een reisbureau een retourvlucht Amsterdam-Windhoek (Namibië). Het reisbureau boekt de tickets weer via een tussenpersoon bij de luchtvaartmaatschappij. Vanwege corona wordt de vlucht, die in mei 2020 zou plaatvinden, geannuleerd. De luchtvaartmaatschappij maakt het bedrag voor de tickets (€ 1.932) over aan de tussenpersoon, die het weer overmaakt aan het reisbureau. Maar voordat het reisbureau het bedrag kan overmaken aan het echtpaar, gaat het failliet. Het echtpaar verzoekt de luchtvaartmaatschappij om het bedrag rechtstreeks aan hen te betalen. Die zegt bevrijdend te hebben betaald aan de tussenpersoon, het echtpaar krijgt niets meer.
Terugbetalen
Het echtpaar legt dit voor aan de kantonrechter. Die stelt, op basis van een Europese Verordening, dat de luchtvaartmaatschappij bij annulering de ticketprijs aan de passagier moet terugbetalen. Het is niet van belang of er rechtstreeks een overeenkomst is gesloten met de luchtvaartmaatschappij of dat de vlucht met tussenkomst van een of meerdere tussenpersonen is geboekt. Dat het reisbureau failliet is gegaan voordat de door luchtvaartmaatschappij via de tussenpersoon terugbetaalde ticketprijs door het echtpaar is ontvangen, komt voor rekening en risico van luchtvaartmaatschappij. Die laatste moet gewoon aan het echtpaar betalen.
Bescherming
De luchtvaartmaatschappij gaat tegen deze uitspraak in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam. Uitgangspunt is, zo stelt het hof, dat de Verordening een hoog niveau van bescherming voor passagiers biedt. Dat het reisbureau contact had met luchtvaartmaatschappij over de terugbetaling van de tickets, doet niet af aan de rechten van het echtpaar als passagiers.
Bevrijdend betaald
De stelling van luchtvaartmaatschappij dat zij bevrijdend heeft betaald aan het reisbureau, omdat zij haar contractuele wederpartij was en de aankoop en betaling van de tickets ook via dit reisbureau waren verlopen, gaat niet op. Dit zou afbreuk doen aan het recht van het echtpaar op terugbetaling op grond van de Verordening. Daarin staat dat luchtvaartmaatschappij als enige geld aan de passagiers moet terugbetalen voor de tickets bij annulering van een vlucht.
Frauderisico
De luchtvaartmaatschappij stelt nog dat rechtstreekse terugbetaling aan passagiers een frauderisico meebrengt. Dit kan leiden tot aanzienlijke problemen, bijvoorbeeld als een werkgever, een familielid of een groep boekt. Los van de vraag of dergelijke administratieve problemen zich inderdaad voordoen, weegt dit niet op tegen het doel van de Verordening: een hoog niveau van bescherming van passagiers. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter: de luchtvaartmaatschappij moet de passagiers de ticketprijzen terugbetalen. Die moet dus twee keer de portemonnee trekken, maar dat zij dan zo.