Inhoudsopgave

Kosten afvoer chemisch afval belemmeren faillissement

Een onderneming kan niet zomaar haar eigen faillissement aanvragen als duidelijk is dat een curator alleen met kosten en problemen wordt opgezadeld. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Overijssel. De rechtbank wijst een faillissementsverzoek van een metaalbedrijf af, omdat de kosten voor het afvoeren van chemisch afval waarschijnlijk veel hoger zijn dan de opbrengst van de aanwezige activa.

Het bedrijf vraagt zelf faillissement aan. Uit de stukken en de toelichting van de bestuurder blijkt dat de onderneming door een rechterlijke uitspraak eerder al is veroordeeld om een gehuurde bedrijfsruimte te ontruimen. Ook moest het bedrijf volgens die uitspraak gevaarlijke stoffen en chroombaden verwijderen en afvoeren. Dat is op het moment van de aanvraag nog steeds niet gebeurd.

Hoge kosten, lage opbrengst

Volgens de bestuurder zouden de kosten voor het afvoeren van het chemische afval ergens tussen de € 10.000 en € 200.000 liggen. Daartegenover staat slechts een beperkte opbrengst van oude machines, die volgens de bestuurder ongeveer € 15.000 waard zijn. Een verdere onderbouwing van die bedragen ontbreekt.

Hoge kosten

De rechtbank benadrukt dat een faillissement bedoeld is om het vermogen van een schuldenaar door een curator te laten verdelen onder de gezamenlijke schuldeisers. In deze zaak ziet de rechtbank echter geen reële mogelijkheid dat schuldeisers nog iets betaald krijgen. Integendeel: een curator zal waarschijnlijk direct worden geconfronteerd met hoge kosten voor de afvoer van gevaarlijk afval. Die kosten overstijgen de mogelijke opbrengst van de activa ruimschoots.

Misbruik van bevoegdheid

Volgens de rechtbank is daarom sprake van misbruik van bevoegdheid. Het bestuur weet of moet begrijpen dat er onvoldoende baten zijn om een faillissement zinvol te laten verlopen. Bovendien wordt een curator belast met werkzaamheden waarvoor deze waarschijnlijk geen of een te lage vergoeding krijgt.

Zelf verkopen

De rechtbank vindt daarbij van belang dat de bestuurder ook zelf de activa kan verkopen en de opbrengst volgens de wettelijke regels onder schuldeisers kan verdelen. Daarna kan de onderneming worden beëindigd via een turboliquidatie. Het faillissementsverzoek van de onderneming wordt daarom afgewezen.

ECLI:NL:RBOVE:2026:2441

Bron:Rechtbank Overijssel | jurisprudentie | ECLI:NL:RBOVE:2026:2441 | 05-05-2026
Facebook
LinkedIn
Print
X

Meer weten?

Neem contact met ons op!

Mail