Wie voor een vriend of bekende een verbouwing uitvoert, kan zich bij problemen niet zomaar beroepen op een vriendendienst. Ook tussen bekenden kan sprake zijn van een gewone overeenkomst van aanneming van werk, met alle verplichtingen die daarbij horen. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.
Een vrouw schakelt via een vriendin een bouwbedrijf in voor een aan- en opbouw aan haar woning. De aannemer brengt een offerte uit voor € 30.000. Daarin staan de werkzaamheden en een betalingsschema: 30% bij aanvang, 30% halverwege en 40% na afronding. De vrouw accepteert de offerte en betaalt de volledige aanneemsom.
Gebreken
Na de verbouwing blijken er ernstige gebreken te zijn. Uiteindelijk concludeert een door de rechtbank benoemde deskundige dat er onder meer constructieve afwijkingen en lekkages zijn. Volgens de deskundige kan de aan- en opbouw het beste worden gesloopt en opnieuw worden gebouwd. De kosten worden geraamd op € 75.000 exclusief btw.
Geen vriendendienst
De aannemer stelt dat hij het werk vanwege de persoonlijke relatie tegen een sterk gereduceerd tarief heeft uitgevoerd. Volgens hem was daarom sprake van een vriendendienst en niet van een aannemingsovereenkomst. De rechtbank gaat daar niet in mee. Er was een schriftelijke offerte op briefpapier van het bouwbedrijf, er was een concreet betalingsschema en de aannemer schakelde onderaannemers in die hij betaalde van het geld van de opdrachtgever. Dat past volgens de rechtbank bij aanneming van werk en niet bij een vriendendienst. Dat betalingen deels naar privérekeningen gingen, maakt dit niet anders. Ook het feit dat partijen via een persoonlijke relatie met elkaar in contact waren gekomen, is niet doorslaggevend.
Herstelkosten
De rechtbank volgt de conclusies van de deskundige over de gebreken. De aannemer was bovendien schriftelijk in gebreke gesteld en had de gebreken niet binnen de gestelde termijn hersteld. Daarmee was hij in verzuim geraakt. Een later aanbod om slechts een deel van de gebreken te herstellen, hoefde de opdrachtgever niet te accepteren. De aannemer moet daarom € 90.750 inclusief btw aan vervangende schadevergoeding betalen. Dat de herstelkosten ruim drie keer zo hoog zijn als de oorspronkelijke aanneemsom, is voor de rechtbank geen reden om de schadevergoeding te matigen.