Nadat een dochtermaatschappij failliet is verklaard, vraagt de curator ook het faillissement van de moeder aan. Die verzet zich daartegen: onderlinge schulden kunnen worden verrekend. Daar gaat de rechtbank Overijssel niet in mee.
Een BV heeft een dochtermaatschappij. De dochter is failliet verklaard. De dochter heeft een vordering op de moedermaatschappij uit hoofde van de rekening-courant verhouding tussen hen.
Clearingsovereenkomst
Naast deze vordering (van de curator) laat de moedermaatschappij ook andere vorderingen onbetaald. De moeder verkeert dan ook in de toestand te hebben opgehouden te betalen. Om die reden verzoekt de curator de rechtbank om de moeder in staat van faillissement te verklaren. De moeder verzet zich hiertegen. Tussen moeder en dochter bestaat een clearingsovereenkomst, op basis waarvan onderlinge vorderingen kunnen worden verrekend. Na verrekening is er geen schuld meer van de moeder op de dochter, maar heeft juist de dochter een schuld aan de moeder.
Faillissementswet
In de Faillissementswet staat dat de faillietverklaring wordt uitgesproken indien summierlijk blijkt dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Ook de schuldeiser die het faillissementsverzoek doet, moet een vorderingsrecht hebben. Van de faillissementstoestand blijkt in het algemeen indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl ten minste één vordering opeisbaar is.
Verrekening
Voor verrekening gelden bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek: uitsluitend dezelfde partijen die elkaars schuldenaar en schuldeiser zijn kunnen hun vorderingen over en weer verrekenen. Maar in deze situatie heeft de curator een vordering op de moeder. Daartegenover stelt de moeder haar vordering op haar dochter: wanneer dat wordt verrekend, resteert een vordering van de moeder op de curator. Maar zo kan niet worden verrekend, oordeelt de rechtbank. De vordering is niet overgedragen (cessie) of kwijtgescholden, dus de vordering van de curator is niet op die wijze teniet gegaan. Nu niet kan worden verrekend, is er een vorderingsrecht van de curator op de moeder.
Faillietverklaring
De rechtbank stelt ook vast dat de moeder verkeert in de toestand dat zij is opgehouden te betalen. Er is immers nog een openstaande vordering. De rechtbank wijst het verzoek tot faillietverklaring van de moeder ook toe, met aanstelling van dezelfde curator.
Curator
De bestuurder van de moeder laat weten weinig vertrouwen in deze curator te hebben – en liever een andere te willen – maar onderbouwt dat niet. Het vertrouwen van een bestuurder is niet doorslaggevend bij de vraag wie er als curator moet worden aangesteld. Daar komt nog bij dat de curator onder toezicht van de rechter-commissaris de afhandeling van het faillissement uitvoert. Daarnaast voorziet de Faillissementswet in mogelijkheden om tegen vermeende fouten of nalatigheid van de curator op te komen. De bestuurder moet genoegen nemen met de curator die hij krijgt aangewezen.