Een verhuurder vordert betaling van een huurachterstand nadat een huurder maandenlang niet volledig heeft betaald. De huurder vindt dat hij minder hoeft te betalen, omdat de woning gebreken zou hebben gehad die hij zelf heeft gerepareerd. De kantonrechter gaat daar niet in mee.
De huurder woonde sinds februari 2021 in de woning en leverde de sleutels in maart 2024 in. Omdat hij vanaf september 2023 de huur niet volledig betaalde, vordert de verhuurder betaling van de achterstand. De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam stelt vast dat de huurovereenkomst eindigde op 17 maart 2024, de dag waarop de sleutels zijn ingeleverd. Tot die datum moet de huur worden betaald. De totale huurachterstand komt daarmee uit op ongeveer € 3.100, mede door een huurverhoging per 2023.
Geen succesvol verweer tegen huurverhoging
De huurder stelt dat hij nooit een bericht over de huurverhoging heeft ontvangen. Uit de stukken blijkt echter dat hij de verhoogde huur maandenlang wél heeft betaald en geen bezwaar maakte. Daarom mocht de verhuurder ervan uitgaan dat de verhoging was geaccepteerd.
Gestelde gebreken onvoldoende onderbouwd
Volgens de huurder had de woning verschillende gebreken, zoals problemen met de ketel, het dak en lekkages. Omdat de verhuurder deze niet zou hebben opgelost, voerde hij zelf reparaties uit en wil hij de kosten verrekenen met de huurachterstand.
Afwijzing
De kantonrechter wijst dit verzoek af. Het bestaan van de gebreken is onvoldoende aangetoond en ook blijkt niet dat deze bij de verhuurder zijn gemeld. Daarnaast kan uit de bonnetjes die de huurder heeft laten zien niet worden afgeleid dat zij betrekking hebben op de genoemde gebreken en heeft de verhuurder geen toestemming gegeven om reparaties op haar kosten uit te voeren. Daarom kan de huurder de gemaakte kosten niet met de huur verrekenen.
Geen incassokosten door oneerlijk beding
Opvallend is dat de huurder geen incassokosten en rente hoeft te betalen. In de algemene voorwaarden van de verhuurder stond dat de huurder een boete moest betalen wanneer hij zijn verplichtingen niet nakwam. Zo’n bepaling gaat verder dan wat de wet tegenover een consument toestaat en wordt daarom als een oneerlijk beding aangemerkt. De verhuurder kan zich hier dus niet op beroepen.