Inhoudsopgave

Hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk?

Het blijft opletten bij de vraag of een bouwwerk zonder vergunning kan worden gebouwd. Daarvoor is namelijk de bestemming van het perceel bepalend en niet de feitelijke beleving of de oorspronkelijke situatie. Zo blijkt uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een stolpboerderij die als bedrijfswoning en receptie op een vakantiepark dient, niet het hoofdgebouw is.

Wat is er aan de hand?

De ondernemer om wie het gaat exploiteert een vakantievillapark. Op dit park staan 11 recreatiewoningen en een stolpboerderij. De stolpboerderij dient als bedrijfswoning met een aangebouwde receptie. De ondernemer heeft vervolgens ten zuiden van de stolpboerderij een losstaande berging met veranda gebouwd. Burgemeester en wethouders van Texel constateren dat de berging en veranda zonder omgevingsvergunning zijn opgericht. Daarom hebben zij een last opgelegd met een dwangsom van € 25.000,- ineens om alle bouwwerkzaamheden met onmiddellijke ingang te (doen) staken en gestaakt te houden.

B&W zien de stolpboerderij, met bedrijfswoning en receptie, als het hoofdgebouw op het vakantievillapark en de recreatiewoningen als bijbehorende bouwwerken.

Volgens B&W is een omgevingsvergunning nodig, omdat de mogelijkheden om zonder omgevingsvergunning op het perceel te bouwen al waren opgebruikt. Op een perceel kan zonder omgevingsvergunning worden gebouwd, als het gaat om een bouwwerk dat bij een hoofdgebouw behoort (bijbehorend bouwwerk) én de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken in totaal niet meer dan 150 m² bedraagt. Dit aantal m² is overschreden, aldus B&W. Hiervoor hebben B&W de stolpboerderij als hoofdgebouw aangemerkt en de recreatiewoningen op het vakantievillapark als bijbehorende bouwwerken. Er was dus geen plaats meer voor een vergunningsvrije berging met veranda.

Oordeel van de Afdeling

De Afdeling oordeelt echter anders. Het hoofdgebouw is het gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en, als er meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. De bestemming van het perceel is ‘Recreatie – verblijfsrecreatieve terreinen’. Volgens de Afdeling zijn de recreatiewoningen, en dus niet de stolpboerderij, noodzakelijk voor de bestemming van dit perceel. Dat de stolpboerderij er als eerste stond en volgens partijen het oorspronkelijke hoofdgebouw was, maakt daarvoor niet uit. De recreatiewoningen zijn dus geen bijbehorende bouwwerken bij de stolpboerderij. Het is precies andersom.  

Bepalend voor het hoofdgebouw is de bestemming en niet de feitelijke beleving of de oorspronkelijke situatie.

Betekent dit nu dat de berging en veranda terecht zonder omgevingsvergunning zijn opgericht? Nee, zegt de Afdeling. Het maximum van 150 m² aan bijbehorende bouwwerken is, gezien de omvang van de stolpboerderij, nog steeds bereikt. B&W hebben dus terecht handhavend opgetreden.

Klik hier voor de uitspraak van de Afdeling van 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1437.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on print
Print

Meer weten?

Bel 026 – 35 22 888 of stuur een bericht.

Mail
De specialist(en):

mr. J.G. (Jurian) Bos

Advocaat - Senior

DELEN

Share on facebook
Facebook
Share on pinterest
Pinterest
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn