Een man dient een Woo-verzoek in maar de instantie neemt dit niet in behandeling: het verzoek is te omvangrijk, dit kost haar te veel tijd. De rechtbank Noord-Nederland vernietigt dit besluit.
Een man dient bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo). Hij wil rapportages en handhavingsdossiers inzien over controles bij dierentuinen en bepaalde zoogdiersoorten die door particulieren worden gehouden. Over dit verzoek overlegt hij met de RVO. Vervolgens beperkt de man zijn verzoek tot de jaren 2020, 2023 en 2024. Ook verduidelijkt hij het verzoek inhoudelijk en laat bepaalde rapportages buiten zijn verzoek.
Zeer omvangrijk
Desondanks laat de RVO weten dat het verzoek nog steeds zeer omvangrijk is: het gaat om ruim tweeduizend dossiers, zesduizend documenten en ongeveer tweeduizend derde-belanghebbenden. De RVO stelt voor om het verzoek gefaseerd af te handelen in drie deelbesluiten. De man stemt daarmee niet in. Vervolgens besluit de RVO het verzoek niet verder in behandeling te nemen. Tegen dat besluit gaat de man in beroep bij de rechtbank Noord-Nederland.
Voldoend gepreciseerd
In deze zaak heeft de man goed meegewerkt door het verzoek meerdere malen inhoudelijk te beperken en te verduidelijken. Dat het verzoek na deze aanpassingen nog steeds omvangrijk was, betekent niet dat het onvoldoende was gepreciseerd – dat zou wél een afwijzingsgrond kunnen zijn. Een verzoek kan voldoende duidelijk zijn en tegelijkertijd betrekking hebben op een groot aantal documenten.
Onvoldoende gemotiveerd
Volgens de rechtbank heeft de RVO onvoldoende gemotiveerd waarom het verzoek onvoldoende was gepreciseerd. De RVO legde immers de nadruk op de omvang van het verzoek, het grote aantal documenten en de daarmee gemoeide uitvoeringslast – dat was de voornaamste reden om het verzoek buiten behandeling te laten.
Voldoende meegewerkt
De rechtbank vindt ook niet dat de man onvoldoende heeft meegewerkt aan de precisering van zijn verzoek door niet in te stemmen met de voorgestelde gefaseerde behandeling. Dat de man niet heeft ingestemd met die fasering, betekent niet dat hij heeft geweigerd zijn verzoek inhoudelijk nader te preciseren.
Uitvoeringslast
Was de RVO van oordeel dat het verzoek nog steeds onduidelijk was, dan had de RVO moeten aangeven welke onderdelen nog onvoldoende bepaalbaar waren en waarom nadere precisering noodzakelijk was. Dat heeft de RVO niet gedaan. De RVO verwees slechts naar de omvang van het verzoek en de daarmee gemoeide uitvoeringslast.
Beroep gegrond
Het beroep van de man is dus gegrond. Het besluit van de RVO is niet goed gemotiveerd. Dat wil niet zeggen dat de man de gevraagde documenten nu allemaal krijgt. De RVO moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen over zijn verzoek en daarbij in acht nemen wat de rechtbank heeft geoordeeld.