Een inwoner plaatst zonder vergunning een woonwagen op een perceel met de bestemming ‘natuur’. De gemeente grijpt in en legt een last onder dwangsom op. Volgens de betrokkene is dat onterecht. De hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ziet geen ruimte voor een uitzondering.
De betrokkene wil een woonwagen plaatsen op een perceel met bestemming 'natuur'. De gemeente wijst hem er vooraf op dat hiervoor een omgevingsvergunning nodig is en dat het bestemmingsplan dit gebruik niet toestaat. Toch laat de man een deel van de woonwagen plaatsen. De gemeente grijpt direct in met een bouwstop en legt kort daarna een last onder dwangsom op. Als de plaatsing niet wordt gestaakt, moet een bedrag van € 10.000 worden betaald. De betrokkene stelt bezwaar en beroep in en gaat uiteindelijk in hoger beroep, maar allemaal zonder succes.
Handhaving als uitgangspunt
Volgens vaste rechtspraak geldt dat het algemeen belang is gediend met handhaving van regels. Dat betekent dat een bestuursorgaan in beginsel moet optreden bij een overtreding. Alleen in bijzondere omstandigheden kan daarvan worden afgezien. De rechter benadrukt dat deze lat hoog ligt. Er moet sprake zijn van omstandigheden die zo zwaar wegen, dat handhaving dan onevenredig zou zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval bij concreet zicht op legalisatie, maar ook andere uitzonderlijke situaties kunnen reden zijn om van handhaving af te zien.
Inbreuken
De betrokkene voert aan dat handhaving zijn recht op gezinsleven schendt, zoals beschermd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, en discriminerend is op basis van de Algemene wet gelijke behandeling. Ook stelt hij dat zijn culturele identiteit als woonwagenbewoner (in de uitspraak ‘reizigers’ genoemd) onvoldoende wordt gerespecteerd.
Geen bijzondere omstandigheden
De Afdeling erkent dat deze belangen een rol spelen, maar oordeelt dat zij niet opwegen tegen het belang van handhaving. Daarbij is van belang dat de gemeente een alternatieve standplaats heeft aangeboden, op korte afstand van familieleden. Daarmee wordt volgens de rechter voldoende rekening gehouden met het gezinsleven. Ook het beroep op discriminatie slaagt niet. De regels uit het bestemmingsplan gelden voor iedereen en zijn niet specifiek gericht op een bepaalde groep.