Een faillissement kan eindeloos lijken te duren. In deze zaak vraagt een gefailleerde om duidelijkheid over de afwikkeling van zijn faillissement.
Dat verzoek wordt gezien als een verzoek op basis van artikel 69 van de Faillissementswet. Dit artikel geeft schuldenaren en schuldeisers een laagdrempelige manier om de rechter-commissaris in te schakelen. Zij kunnen een verzoek of klacht indienen over het handelen van de curator.
Duidelijkheid
De gefailleerde vraagt in deze zaak om duidelijkheid over de termijn van afwikkeling van zijn faillissement. Met andere woorden: hoe lang gaat dit nog duren en gebeurt er wel genoeg? De rechter-commissaris toetst daarop of het faillissement nog binnen een redelijke termijn wordt afgewikkeld.
Afdracht
Volgens de rechter-commissaris is dat wel het geval. Er zijn nog twee openstaande punten. Een achterstand van € 2.300 aan door de gefailleerde zelf af te dragen inkomsten aan de boedel en een lopend onderzoek van de Belastingdienst rond een vordering van ruim € 116.000 op een bedrijf. Zolang deze kwesties niet zijn afgerond, kan het faillissement nog niet worden gesloten.
Juridische kern: de redelijke termijn
Volgens artikel 6 EVRM moeten procedures binnen een redelijke termijn worden behandeld. Bij faillissementen betekent dit dat de rechter-commissaris moet toezien op voldoende voortgang. Of een termijn redelijk is, hangt af van alle omstandigheden. Denk aan de complexiteit van het faillissement, de omvang van de schulden en het gedrag van betrokkenen.
Geen harde grens
Het faillissement in deze zaak loopt ongeveer 25 maanden. Hoewel bij persoonlijke faillissementen wordt gestreefd naar afwikkeling binnen 18 maanden, is dat geen harde grens, omdat er steeds omstandigheden kunnen zijn die veroorzaken dat een faillissement langer loopt.
Eigen schuld
De rechter-commissaris vindt in dit dossier belangrijk dat de vertraging deels door de gefailleerde zelf komt. De boedelachterstand moet eerst door hem worden ingelopen. Daarnaast loopt nog het onderzoek rond de grote vordering. Daarom is de redelijke termijn nog niet overschreden. Wel vindt de rechter dat als de achterstand straks is ingelopen en alleen het onderzoek blijft slepen, dat anders kan worden.