Een onderneming die een bedrijfsruimte huurt gaat failliet. De curator vindt vervolgens een partij die de onderneming wil voortzetten én de bedrijfsruimte wil blijven huren. Maar de verhuurder heeft de huurovereenkomst inmiddels opgezegd. Volgens de curator geldt die opzegging niet, omdat hiermee een doorstart wordt geblokkeerd.
Het bedrijf huurt sinds 2017 een bedrijfsruimte waarin een autoschadeherstelbedrijf wordt geëxploiteerd. In 2025 gaat het bedrijf failliet. De curator bereikt daarna overeenstemming met een andere onderneming over een doorstart. Deze partij wil ook de huurovereenkomst overnemen. De verhuurder werkt daar echter niet aan mee en zegt de huur op, op grond van de Faillissementswet. De verhuurder wil het pand liever verkopen aan een andere partij.
Misbruik van bevoegdheid?
De curator stelt dat de verhuurder misbruik maakt van haar bevoegdheid door de huur op te zeggen. Volgens de curator heeft de faillissementsboedel belang bij voortzetting van de huur via een zogenoemde indeplaatsstelling. Daarbij neemt de nieuwe onderneming de positie van de huurder over van het failliete bedrijf.
Indeplaatsstelling
De kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant kijkt eerst of het waarschijnlijk is dat een indeplaatsstelling in een bodemprocedure zou worden toegewezen. Dat is belangrijk, omdat alleen dan kan worden gezegd dat de verhuurder de opzeggingsbevoegdheid onredelijk gebruikt: namelijk om de indeplaatsstelling te voorkomen.
Zwaarwichtig belang ontbreekt
Volgens de wet moet voor indeplaatsstelling sprake zijn van een zwaarwichtig belang voor de faillissementsboedel. De curator voert aan dat een doorstart extra kosten en risico’s voorkomt en zorgt voor behoud van werkgelegenheid. De kantonrechter vindt dat onvoldoende. Mogelijke schade voor de boedel is volgens de rechter nog onzeker. Ook staat niet vast dat werknemers hun baan behouden bij een indeplaatsstelling. Gezien dit alles acht de rechter het niet aannemelijk dat een indeplaatsstelling in een bodemprocedure zal slagen.
Opzegging blijft in stand
Omdat een indeplaatsstelling niet waarschijnlijk is, oordeelt de kantonrechter dan ook dat de verhuurder de huurovereenkomst mocht opzeggen. Van misbruik van recht of strijd met de redelijkheid en billijkheid is volgens de rechter geen sprake. Dat betekent dat de curator en de doorstartende onderneming het pand moeten verlaten zodra de opzegtermijn afloopt.