Inhoudsopgave

Geen belang bij heimelijk onderzoek naar werknemer

Een werkgever die zonder voldoende aanleiding heimelijk de in- en uitlogtijden van een werknemer controleert, loopt een groot risico. Als dat onderzoek vervolgens de basis vormt voor een ontslag op staande voet, kan dat ontslag onterecht blijken. Dat blijkt uit een uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag.

Een financieel manager werkt sinds 2022 bij een technologiebedrijf. Vanwege de ziekte van zijn partner en de zorg voor twee jonge kinderen werkt hij, met instemming van zijn werkgever, gedeeltelijk vanuit huis. In februari 2026 onderzoekt de werkgever heimelijk zijn in- en uitloggegevens over een periode van ruim vier weken. Volgens de werkgever blijkt daaruit dat de werknemer 29 uur te weinig heeft gewerkt. Op basis daarvan volgt direct ontslag op staande voet.

Geen gerechtvaardigd belang

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever onvoldoende aanleiding had om de werknemer heimelijk te controleren. De werknemer functioneerde goed, mocht thuiswerken en had eerder al aangegeven dat hij een hoge werkdruk ervoer. Ook de aangevoerde redenen, zoals enkele herinneringen van de accountant over het aanleveren van gegevens, rechtvaardigden een dergelijk ingrijpend onderzoek niet.

Ongeïnformeerd

Bovendien was de werknemer niet geïnformeerd dat zijn in- en uitloggegevens voor controle konden worden gebruikt. Daarmee ontbrak een gerechtvaardigd belang voor deze verwerking van persoonsgegevens, zoals de AVG vereist. Volgens de rechter had de werkgever eerst met de werknemer in gesprek moeten gaan.

Inloggegevens zijn geen werktijden

Ook inhoudelijk schiet het bewijs tekort. Dat iemand niet is ingelogd op het bedrijfsnetwerk betekent volgens de kantonrechter niet automatisch dat hij niet werkt. De werknemer verrichtte ook werkzaamheden die geen netwerkverbinding vereisten, zoals overleg, analyses en planning.

Lichtere maatregelen

Zelfs als een deel van de niet-ingelogde tijd niet kon worden verklaard, volgde daaruit nog niet dat structureel aanzienlijk minder was gewerkt. Het onderzoek besloeg slechts een aantal weken en kwam neer op gemiddeld een tekort van iets meer dan één uur per werkdag. Volgens de rechter had de werkgever daarom eerst lichtere maatregelen moeten nemen, zoals een gesprek, een waarschuwing of aanvullende afspraken over thuiswerken.

Forse financiële gevolgen

Het ontslag op staande voet wordt vernietigd. De werknemer ontvangt een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 60.000. Daarnaast moet de werkgever onder meer vakantietoeslag en vakantiedagen uitbetalen en de proceskosten vergoeden. Maar opnieuw beginnen bij de werkgever, dat hoeft van de werknemer niet meer: hij berust in het ontslag.

ECLI:NL:RBDHA:2026:18633

Bron:Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2026:18633 | 06-07-2026
Facebook
LinkedIn
Print
X

Meer weten?

Neem contact met ons op!

Mail