Inhoudsopgave

Faillissement mag niet worden ingezet als oneigenlijk drukmiddel

Een sportschool heeft een (kleine) vordering op een bezoeker. Als die niet betaalt, wordt de deurwaarder ingeschakeld, die dreigt met een faillissementsaanvraag. Dat vindt de sportschoolbezoeker bedreigend en intimiderend. Hij krijgt gelijk van het gerechtshof Amsterdam.

Een man heeft bij zijn sportschool een betalingsachterstand van € 206. Als hij niet betaalt, schakelt de sportschool een gerechtsdeurwaarder in die ook incassodiensten verricht. Sommatiebrieven, telefonisch contact, een huisbezoek – niets helpt.

Gedreigd

Vervolgens stuurt de gerechtsdeurwaarder de man een brief waarin wordt gedreigd het faillissement van de man aan te vragen. De deurwaarder schrijft wat dit betekent: er komt dan een curator die een staat van baten en schulden zal opmaken, alle post voor de man gaat naar de curator, het faillissement wordt openbaar gemaakt en de man en zijn echtgenote verliezen de beschikking en het beheer over hun vermogen. Alleen als de man binnen vijf dagen zijn schuld betaalt, wordt de faillissementsaanvraag niet ingediend.

Hoger beroep

De man vindt dat de gerechtsdeurwaarder een buitengewoon intimiderende brief heeft gestuurd en wel zo dat lijkt alsof het faillissement al een feit is. Als de kamer voor gerechtsdeurwaarders (rechtbank Amsterdam) de klacht van de man ongegrond verklaart, gaat hij in hoger beroep bij de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van het gerechtshof Amsterdam. En met succes.

Wet kwaliteit incassodienstverlening

Een incassodienstverlener moet zich in de omgang met schuldenaren en schuldeisers correct opstellen. Dit staat in de Wet kwaliteit incassodienstverlening. Contact onderhouden met een schuldenaar mag niet intimiderend zijn en er mag niet worden gedreigd met bevoegdheden of maatregelen die (nog) niet kunnen worden ingezet. Tegen die achtergrond is de klacht van de man gegrond.

Faillietverklaring

Het hof vindt de aankondiging van een faillissementsaanvraag disproportioneel en in strijd met de Wet kwaliteit incassodienstverlening en de Gerechtsdeurwaardersverordening. Een faillietverklaring kan pas worden uitgesproken indien summierlijk is gebleken van een vorderingsrecht van de aanvragende schuldeiser. Ook moet er een steunvordering zijn en moet de schuldenaar zijn opgehouden met betalen. De gerechtsdeurwaarder toont niet aan dat er een steunvordering is en zou dus waarschijnlijk het faillissement niet aanvragen, zeker niet om een kleine vordering. Dat blijkt ook wel: de man betaalde na vijf dagen niet en er is geen faillissementsaanvraag ingediend.

Oneigenlijke druk

Door een maatregel aan te kondigen die niet daadwerkelijk zou worden genomen heeft de gerechtsdeurwaarder oneigenlijke druk uitgeoefend. Ook noemt het hof de toonzetting van de deurwaardersbrief intimiderend, doordat hij niet uitlegt dat na een faillissementsaanvraag nog een rechterlijke toets plaatsvindt. De deurwaarder presenteert het faillissement – met alle onaangename gevolgen daarvan – als een zekerheid. Dit is tuchtrechtelijk laakbaar. De deurwaarder moet de kosten van deze rechtszaak betalen en de kosten van de sportschoolbezoeker, inclusief diens rechtsbijstand: totaal ruim € 3.000.

ECLI:NL:GHAMS:2026:1998

Bron:Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:GHAMS:2026:1998 | 06-07-2026
Facebook
LinkedIn
Print
X

Meer weten?

Neem contact met ons op!

Mail