Inhoudsopgave

Documenten die gemeente niet heeft, kan zij ook niet openbaar maken

Een burger doet een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur en wil van de gemeente bepaalde documenten ontvangen. Moet de gemeente ‘bewijzen’ dat zij deze documenten niet heeft, of moet de burger bewijzen dat de gemeente ze wel heeft?

Een man doet een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. Hij vraagt het college van burgemeester en wethouders om openbaarmaking van alle koopovereenkomsten van gronden en panden in een bedrijvenpark. Een stichting is daarvan eigenaar geworden. Volgens het college betreft het een particuliere kwestie. De gemeente was geen partij bij de verkoop en beschikt dus niet over de documenten waar de man om vraagt. De rechtbank Rotterdam, waar de man vervolgens aanklopt, volgt die lijn: voor het college bestond dan ook geen reden om het interne onderzoek naar deze documenten inzichtelijk te maken.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Dat bestrijdt de man, en hij stapt naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij beweert dat het college de openbaarmaking van de documenten niet had mogen weigeren zonder eerst onderzoek te doen naar het bestaan daarvan. Dit is namelijk in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Nu het college het onderzoek niet toelicht, kan niet worden gecontroleerd of de stelling dat de documenten niet bij het college berusten geloofwaardig is. De man denkt dat het college de documenten wél heeft. De gemeente is immers nagegaan of de stichting die de gronden en panden verkreeg wel betrouwbare plannen had. Ook hebben er financiële controles plaatsgevonden van de stukken van de stichting. Bovendien bestaat er een nauwe verwevenheid tussen de gemeente en de stichting. Zo zit de gemeente in de raad van toezicht van deze stichting.

Professionele dossiervorming

Het is vaste rechtspraak dat een bestuursorgaan niet kan weigeren een document openbaar te maken zonder onderzoek te hebben verricht naar het bestaan van dat document. Maar in deze zaak, zegt de Afdeling, is wel onderzoek gedaan naar het bestaan van de documenten. Er was sprake van ‘professionele dossiervorming’ met betrekking tot dit project, en daar is ook naar gezocht – en er is niks gevonden. Dat kwam, zoals het college steeds aangaf, omdat de koopovereenkomsten zien op particuliere gronden en panden waarvan de gemeente geen eigenaar is. De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat de koopovereenkomsten zich toch bij het college bevinden. Weliswaar had de gemeente een rol bij de financiële uitvoerbaarheid van de gebiedsontwikkeling – vandaar die controle –, maar dat betekent niet dat de stichting individuele koopovereenkomsten aan de gemeente heeft overlegd of had moeten overleggen.

Verwevenheid

Maar er was toch enige ‘verwevenheid’ tussen het college en de stichting? Dat een lid van de raad van toezicht is benoemd op voordracht van de gemeente wil niet zeggen dat het college directe zeggenschap over de werkzaamheden van de stichting had. Kortom: de stichting was niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college, waardoor het college ook niet de koopovereenkomsten bij de stichting hoefde op te vragen.

ECLI:NL:RVS:2023:266

Bron:Raad van State| jurisprudentie| ECLI:NL:RVS:2023:266 202200367/1/A3| 24-01-2023
Facebook
Twitter
LinkedIn
Print

Meer weten?

Bel 026 – 35 22 888 of stuur een bericht.

Mail

DELEN

Facebook
Pinterest
Twitter
LinkedIn