Twee curatoren willen in een faillissementszaak een procedure beginnen tegen een bank. Daarvoor hebben ze een machtiging nodig van de rechter-commissaris. Die weigert dat en de rechtbank in hoger beroep ook: de procesrisico’s zijn te groot.
Twee curatoren eisen een schadevergoeding voor 118 schuldeisers van een failliete BV. Die schade, in totaal ruim € 2 miljoen, is ontstaan doordat zij in het jaar voor het faillissement een onverhaalbare vordering op deze BV hebben verkregen. De curatoren willen een gerechtelijke procedure beginnen tegen een bank, die deze vorderingen zou hebben laten ontstaan door de financiering met de BV uit te breiden, terwijl zij wist of had moeten weten dat de BV waarschijnlijk failliet zou gaan.
Machtiging
In de Faillissementswet staat dat een curator een machtiging van de rechter-commissaris nodig heeft om een gerechtelijke procedure te starten. Die moet de wenselijkheid van een procedure inschatten. De r-c kijkt daarbij naar de proceskansen, de te verwachten opbrengst (de uitkomst van de procedure en de verhaalsmogelijkheden), en de kosten en risico’s van een procedure.
In hoger beroep
In deze zaak wijst de r-c het verzoek van de curatoren af. Die vinden echter dat de r-c ook had moeten kijken naar de belangen van individuele schuldeisers, de betalingen die zij buiten de boedel om ontvangen en het maatschappelijk belang van een effectieve en efficiënte bestrijding van verhaalsbenadeling. De curatoren gaan in hoger beroep bij de rechtbank Midden-Nederland.
Belang van de boedel
Maar ook daar vangen zij bot: de rechtbank benadrukt dat de curatoren zich moeten laten leiden door het belang van de boedel. De curatoren hebben onvoldoende toegelicht waarom in deze zaak met de belangen van individuele schuldeisers rekening moet worden gehouden als uitzondering op dit uitgangspunt.
Procesrisico
De rechter-commissaris en de rechtbank vinden dat er een hoog procesrisico geldt voor de hele procedure. De curatoren hebben de kosten voor een procedure in eerste aanleg geschat op € 150.000, de rechtbank vermoedt dat de kans op hoger beroep (en cassatie) aanzienlijk is als de curatoren in eerste aanleg gelijk krijgen. Dat betekent dat de proceskosten voor de boedel substantieel hoger kunnen worden. De opbrengst voor de boedel is maximaal € 481.535. Als de bank aansprakelijk word gehouden en tegelijk een (veel) lager bedrag wordt toegewezen, is dat ook een risico. Al met al is er een groot risico op een voor de boedel negatieve uitkomst.
Afwijzing
Na afweging van deze belangen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de rechter-commissaris de procesmachtiging terecht heeft geweigerd. Het hoge procesrisico en de kosten in verhouding met de maximale door de boedel te ontvangen vergoeding (na aftrek van de gemaakte kosten), de tijd die deze procedure gaat duren en het feit dat het faillissement van de BV al lang duurt en door deze procedure niet kan worden afgewikkeld, leiden ook bij de rechtbank tot een afwijzing van het machtigingsverzoek.