Voor overheden geldt een beginselplicht tot handhaving. Dat merkte dit echtpaar, dat in een caravan verbleef op een openbare parkeerplaats. Ook de voorzieningenrechter oordeelt dat deze weg moet.
Een echtpaar verblijft in een caravan op een parkeerplaats. Volgens de gemeente is dit in strijd met de Algemene plaatselijke verordening. Als het echtpaar niet reageert op een waarschuwing, legt het college (een half jaar later) een last onder bestuursdwang op. Het echtpaar krijgt drie dagen de tijd te vertrekken, waar later nog eens zes dagen bij komen. Dan moet de caravan weg zijn, anders past het college bestuursdwang toe en laat de caravan zelf verwijderen.
Beginselplicht tot handhaving
Tegen deze last onder bestuursdwang maakt het echtpaar bezwaar en verzoekt de rechtbank Gelderland om een voorlopige voorziening te treffen. Die stelt ook vast dat de APV is overtreden. Dan is het college bevoegd om daar handhavend tegen op te treden. Dit móet het college ook doen: er geldt een beginselplicht tot handhaving. Het college mag daar alleen vanaf zien als handhaving onevenredig is, bijvoorbeeld bij concreet zicht op legalisatie.
Alternatieve opvang
Het echtpaar stelt dat het acuut dakloos is als er wordt gehandhaafd. Een van beide is ziek, in de maatschappelijke opvang wordt daarmee onvoldoende rekening gehouden, zo luidt het bezwaar. Er kan pas worden ontruimd als er passende alternatieve opvang beschikbaar is. Het stel wijst ook op hun gezinssituatie, hun huisdieren, het feit dat ze al twee jaar dakloos zijn en dat eerdere pogingen om huisvesting te vinden niets hebben opgeleverd.
Motiveringsgebrek
Het besluit van het college bevat geen afweging tussen de persoonlijke omstandigheden van het echtpaar en het algemeen belang dat is gediend met handhaving. Er is dan sprake van een motiveringsgebrek maar dat gebrek kan worden hersteld – en vervolgens zal het college hetzelfde besluiten, zo vermoedt de voorzieningenrechter.
Niet passend
Dakloosheid dreigt heus niet: de caravan mag niet op deze parkeerplaats staan, maar wel elders, zoals op een kampeerterrein of op eigen terrein. Bovendien is er maatschappelijke opvang waar het gezin terecht kan, daar is de gemeente al mee bezig. Dat het echtpaar dit niet ‘passend’ vindt, is niet relevant: van het college kan niet worden verwacht dat het voorziet in een woonruimte die aan alle wensen van het echtpaar voldoet.
Privéleven
Handhavend optreden is ook geen inmenging in het privéleven, zoals het echtpaar stelt. Het privéleven wordt wel beschermd in het EVRM maar een inbreuk is toegestaan in het belang van (onder andere) de openbare veiligheid en het voorkomen van wanordelijkheden. Dat laatste speelt hier: als de caravan wordt verplaatst, wordt overlast tegengegaan.
Begunstigingstermijn
Het echtpaar vindt verder de begunstigingstermijn te kort. Die mag niet wezenlijk langer zijn dan nodig is om de overtreding te kunnen beëindigen. De rechtbank bepaalt daarop dat de caravan binnen vier dagen weg moet zijn.