De bestuurder van een BV maakte er een potje van. Hij hield de boekhouding slecht bij, wat geleid heeft tot het faillissement van zijn bedrijf. Dat kost hem veel geld. Ook mag hij vijf jaar niet elders optreden als bestuurder of commissaris.
Een man richt een BV op en is regelmatig enkele periodes ook bestuurder: bij de oprichting, tussentijds een keer anderhalf jaar en een keer ruim twee jaar, tot de dag van het faillissement. Het faillissement werd aangevraagd door het pensioenfonds (schuld: ruim € 33.000) en door de Belastingdienst (schuld: ruim € 209.000). Andere schuldeisers hebben meer dan € 200.000 tegoed.
Boekhoudplicht
Volgens de curator is de bestuurder aansprakelijk voor het tekort in het faillissement. Hij heeft zijn boekhoudplicht geschonden en onrechtmatig gehandeld tegenover zijn BV en de gezamenlijke schuldeisers door de vorderingen van de Belastingdienst te laten oplopen. Daarmee heeft hij zijn taak als bestuurder kennelijk onbehoorlijk vervuld. Vermoed wordt dat dit een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. De bestuurder wijst aansprakelijkheid af.
Boedelschulden
De curator begint een procedure bij de rechtbank Overijssel. Omdat de rechtbank vindt dat de vorderingen van de curator niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, worden ze toegewezen: de bestuurder is aansprakelijk voor het faillissement van de BV. Daarom moet deze het tekort in het faillissement aan de curator betalen. Daar komen de boedelschulden bovenop, zoals het salaris van de curator (wat de rechtbank moet vaststellen) en zijn overige kosten. De bestuurder moet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis aan de curator een voorschot betalen van € 100.000.
Verstekvonnis
De curator wil ook dat de bestuurder een bestuursverbod krijgt, wat de rechtbank oplegt voor vijf jaar vanaf het moment dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Maar het moment van onherroepelijk worden van dit vonnis kan de rechtbank niet vaststellen. De bestuurder is immers niet in deze rechtszaak verschenen, het vonnis is daarmee een verstekvonnis. Dit wordt op zijn vroegst onherroepelijk nadat de verzettermijn ongebruikt is verstreken. Deze termijn begint op een onzeker moment in de toekomst. In ieder geval kan de bestuurder gedurende vijf jaar niet worden benoemd tot bestuurder of commissaris van een rechtspersoon en mag hij niet optreden als feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon.
Bestuursverbod
De griffier van de rechtbank moet dit vonnis, zodra het onherroepelijk is geworden, naar de Kamer van Koophandel sturen. Dan kan de bestuurder uit het Handelsregister worden geschreven en kan het bestuursverbod bij het Handelsregister worden geregistreerd.