Inhoudsopgave

Bijstandsontvanger moet aantonen dat uitkeringsadres ook hoofdverblijf is

Wie bijstand krijgt, moet wel wonen op het uitkeringsadres. Anders kan het college van B&W niet vaststellen of die persoon wel bijstandbehoevend is. Dan dreigt terugvordering.

In deze zaak krijgt een man een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Daar had hij, zegt het college van zijn woonplaats, achteraf gezien over een periode van 4,5 jaar geen recht op. Hij moet € 74.500 terugbetalen. De man is het daar niet mee eens en probeert de terugvordering bij de rechtbank Limburg ongedaan te maken.

Bijstandbehoevend

Het college doet naar aanleiding van een melding van de woningcorporatie onderzoek. Vervolgens blijkt dat de man extreem weinig water en energie verbruikt en zijn afvalcontainer nooit aan de straat zet. De sociale recherche onderzoekt de bankafschriften van de man. Drie buurtbewoners leggen verklaringen af. Bij meerdere onaangekondigde huisbezoeken op het woonadres van de man wordt nooit opengedaan. Volgens het college heeft de man niet zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres. Zo kan niet worden vastgesteld of hij in die periode wel bijstandbehoevend was. Nu hij zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden, moest het college wel de ten onrechte verstrekte bijstand terugvorderen. De man stelt dat hij zuinig leeft. Hij maakt thuis alleen gebruik van het toilet en soms van de douche – douchen doet hij twee keer per week in de moskee. Zijn ‘minimale’ afval deponeert hij in openbare prullenbakken, omdat hij niet wil betalen voor het weggooien van afval.

Bewijslast

Het intrekking van een bijstandsuitkering is voor een betrokkene een zware beslissing. Daarom rust op de bijstandverlenende instantie de bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan. Daarin slaagt het college, oordeelt de rechtbank, door aan te geven dat de man jaarlijks minder dan 7 m³ water verbruikt, wat extreem laag is. Dat rechtvaardigt de veronderstelling dat de woning niet wordt bewoond en dat de man niet zijn hoofdverblijf heeft op het uitkeringsadres. De man moet dan het tegendeel aannemelijk maken.

Inlichtingenplicht

Dat lukt hem niet. Zijn stelling, dat zijn waterverbruik zo laag is omdat hij zuinig leeft, vindt de rechtbank niet geloofwaardig. Alleen al daarom mocht het college ervan uit gaan dat de man niet zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Zijn stroom- en gasverbruik hoeven dan niet meer te worden besproken. Nu het college als gevolg van de schending van de inlichtingenverplichting niet kon vaststellen of de man in bijstandbehoevende omstandigheden heeft verkeerd en recht had een bijstandsuitkering, is het college verplicht de uitkeringen terug te vorderen.

ECLI:NL:RBLIM:2023:7430

Bron:Rechtbank Limburg | jurisprudentie | ECLI:NL:RBLIM:2023:7430 ROE 22/106 | 19-12-2023
Facebook
Twitter
LinkedIn
Print

Meer weten?

Bel 026 – 35 22 888 of stuur een bericht.

Mail
De specialist(en):

DELEN

Facebook
Pinterest
Twitter
LinkedIn