Een bestuurder is in principe niet persoonlijk aansprakelijk voor schulden van zijn bv. Onder bijzondere omstandigheden kan dat anders zijn. Bijvoorbeeld als bestuurders bewust een voorzienbaar financieel risico bij een schuldeiser neerleggen. Dat blijkt uit een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Een vennootschap sluit met de gemeente Utrecht een huurovereenkomst voor de ontwikkeling van een locatie voor raamprostitutie. Omdat een Bibob-onderzoek nog loopt, bevat de overeenkomst een clausule waarmee de gemeente de overeenkomst bij een negatieve uitkomst kan beëindigen. Kort daarna vraagt de vennootschap een omgevingsvergunning aan. Daarvoor brengt de gemeente uiteindelijk € 167.810 aan leges in rekening.
Financiering valt weg
Het Bibob-onderzoek pakt negatief uit en de gemeente ontbindt de huurovereenkomst. Vervolgens beëindigt ook de financier van het project de financiering. De vennootschap heeft daardoor geen geld meer om de leges te betalen. De gemeente spreekt vervolgens de bestuurders persoonlijk aan voor de schade. Volgens de bestuurders konden zij niet voorzien dat het Bibob-onderzoek negatief zou uitvallen. Zij wisten immers niet van de feiten die uiteindelijk tot het negatieve advies leidden. Maar daar gaat het volgens het hof niet om.
Financieel risico bij gemeente gelegd
De bestuurders wisten wél dat de financiering zou wegvallen als het Bibob-onderzoek negatief zou uitpakken en het project niet doorging. Zij wisten daarmee ook dat de vennootschap in dat geval geen geld zou hebben om verplichtingen zoals de leges te betalen. Bovendien hadden zij de gemeente niet verteld dat aan de financiering deze voorwaarde was verbonden. Daarmee hebben zij volgens het hof bewust een voorzienbaar financieel risico dat bij de vennootschap hoorde, op het bord van de gemeente gelegd. Dat levert in deze omstandigheden persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders op. Het hof verwerpt ook het argument dat de gemeente zelf beter had moeten opletten, bijvoorbeeld door een bankgarantie te verlangen. De gemeente hoefde niet bedacht te zijn op de niet met haar gedeelde voorwaarde waaronder de financiering was verstrekt.