Een bestuurder van een failliete BV weigert de rechter-commissaris en de curator inzicht te geven in de boekhouding. Dat komt hem duur te staan: hij wordt inbewaring gesteld. De rechtbank bepaalt wanneer de inbewaringstelling kan worden geschorst.
Nadat een BV failliet is verklaard, moet de bestuurder voor de rechter-commissaris verschijnen. De bestuurder komt echter niet opdagen. Vervolgens beveelt de rechtbank, na een voordacht van de curator, de inbewaringstelling van de bestuurder. Dit leidt ertoe dat de bestuurder in verzekerde bewaring wordt gesteld als hij via Schiphol Nederland probeert te verlaten.
Verplichtingen
In de Faillissementswet staat dat een bestuurder van een gefailleerde onderneming verplicht is voor de curator en rechter-commissaris te verschijnen om inlichtingen te verschaffen. Zo’n bestuurder mag het land niet verlaten. De bestuurder in deze zaak heeft zich niet aan deze verplichtingen gehouden. Hij kreeg van de curator een lijst met informatie die hij moet aanleveren maar dat heeft hij, na verschillende toezeggingen en na het geplande verhoor bij de rechter-commissaris, nog steeds niet gedaan.
Inbewaringstelling
De schending van deze wettelijke verplichtingen rechtvaardigen de inbewaringstelling en daarmee de inbreuk op zijn persoonlijke vrijheid. Van belang daarbij is ook dat de bestuurder, die op dit moment geen vaste woonplaats heeft, op het punt stond Nederland te verlaten. Zijn schuldeisers hebben in totaal ruim € 440.000 te vorderen. Daartussen zitten zeventien particulieren die bij de failliete BV aanbetalingen hebben gedaan voor bouwwerkzaamheden die niet of slechts deels zijn uitgevoerd. Van de bestuurder mag worden verwacht dat hij verantwoording aflegt aan de curator, zodat die de oorzaken van het faillissement kan vaststellen en hierover aan de gedupeerden verslag kan doen.
Schorsen
De rechtbank Midden-Nederland, die over de inbewaringstelling oordeelt, ziet redenen om de verlenging van de inbewaringstelling voorwaardelijk te schorsen. De curator had immers ter zitting verklaard dat hij verwacht dat de bestuurder van de inbewaringstelling zodanig onder de indruk is, dat hij nu wel aan zijn verplichtingen gaat voldoen.
Voorwaarden
De rechtbank bepaalt wat de voorwaarden zijn voor de schorsing van de inbewaringstelling. De bestuurder moet binnen twee weken na de uitspraak aan de curator alle gevraagde inlichtingen geven, waaronder in ieder geval de bij de boekhouder van de BV aanwezige informatie. Verder moet de bestuurder gedurende twee weken zijn paspoort in bewaring geven aan de curator. Als de bestuurder niet aan deze voorwaarden voldoet, zal de schorsing van de inbewaringstelling worden opgeheven. Drie weken na deze uitspraak moet de curator de rechtbank informeren over de medewerking van de bestuurder aan de afwikkeling van het faillissement.