Bewoners verzetten zich tegen de aanwijzing van een deel van een gracht als woonerf. Door deze aanwijzing verdwijnt de mogelijkheid om te parkeren en geldt een maximumsnelheid van 15 km/u. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd, omdat de inrichting van de straat niet past bij een woonerf.
Het college wees een deel van de gracht aan als erf in het kader van de herinrichting van de kade. De straat werd als onderdeel van die herinrichting parkeervrij en kreeg geen duidelijke scheiding meer tussen rijbaan en trottoir. Een aanwijzing als woonerf betekent dat voetgangers de hele straat mogen gebruiken, dat stapvoets moet worden gereden en dat alleen mag worden geparkeerd op aangewezen plekken. De gemeente koos er alleen voor geen plekken aan te wijzen en het gebied parkeervrij te maken. Bewoners maakten bezwaar, vooral vanwege het verdwijnen van parkeerplaatsen en de verkeerssituatie.
Woonerf
Volgens de Afdeling is een erf vooral bedoeld voor bestemmingsverkeer. De inrichting moet doorgaand verkeer ontmoedigen en stapvoets rijden vanzelfsprekend maken. Dat is hier niet het geval. De straat is lang en recht en biedt veel ruimte voor auto’s, terwijl snelheidsremmende of visuele maatregelen grotendeels ontbreken, met name aan de kant van de woningen. Daardoor blijkt onvoldoende dat het om een bestemmingsgebied gaat, wordt doorgaand verkeer niet afgeremd en volgt niet uit de inrichting dat langzaam rijden vanzelfsprekend is. Dat er mogelijk later nog maatregelen komen, maakt dit niet anders: pas als aan alle voorwaarden is voldaan, mag een straat als woonerf worden aangewezen.
Onvoldoende gemotiveerd
Het verkeersbesluit is daarom volgens de Afdeling onvoldoende gemotiveerd. De aanwijzing als erf kan niet in stand blijven en het college moet een nieuw besluit nemen. Wil het college de aanwijzing handhaven, dan moet het de inrichting aanpassen en beter uitleggen waarom dit deel van de gracht een woonerf is.
Verdwijnen parkeerplaatsen
Over het verdwijnen van de parkeerplaatsen oordeelt de Afdeling anders. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat een parkeervrije inrichting past binnen het beleid om de stad autoluwer te maken en heeft de gevolgen voor de parkeerdruk meegewogen. Dat deel van het besluit blijft daarom in stand.