Een ondernemer vraagt de rechtbank om een afkoelingsperiode, maar onderbouwt het verzoek matig. Een afwijzing is het gevolg.
Een afkoelingsperiode kan voor ondernemers in financiële problemen een cruciale adempauze zijn. Het instrument is bedoeld om tijdens de voorbereiding van een herstructureringsakkoord tijdelijk bescherming te bieden tegen beslag, executie en faillissement.
Toets
Zo’n verzoek kan alleen worden gedaan door een schuldenaar die een herstructureringsakkoord voorbereidt. Het verzoek wordt toegewezen als de afkoelingsperiode noodzakelijk is voor de voortzetting van de onderneming, als de gezamenlijke schuldeisers bij de afkoeling gediend zijn en belangen van derden niet worden geschaad. Dit komt neer op een afweging van alle betrokken belangen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de schuldenlast tijdens de afkoelingsperiode niet mag toenemen.
Verzoek
De ondernemer in kwestie heeft een eenmanszaak gericht op training en coaching. Door oplopende schulden heeft een belangrijke schuldeiser een faillissementsverzoek ingediend. Om dit af te wenden verzoekt de ondernemer bij de rechtbank Noord-Holland om een afkoelingsperiode. Zijn doel is om de onderneming voort te zetten, inkomsten te blijven genereren en binnen twee maanden een akkoord aan te bieden aan schuldeisers.
Afkoelingsperiode essentieel
Volgens de ondernemer is de afkoelingsperiode voor hem essentieel. Zonder deze bescherming zouden zijn activiteiten stilvallen en zou er voor schuldeisers nauwelijks waarde overblijven. Ook zou een lopende kredietaanvraag stranden, terwijl juist dat krediet nodig is om een beter akkoord mogelijk te maken. De man brengt allerlei financiële stukken in het geding ter onderbouwing van zijn verzoek.
Afwijzing
Maar volgens de rechtbank schiet die onderbouwing tekort. Liquiditeitsprognoses die de man inbrengt zijn grotendeels gebaseerd op aannames en blijken in de praktijk al niet te zijn gehaald. Belangrijke kostenposten, zoals belastingen, huur en juridisch bijstand, zijn ook niet meegenomen in de prognoses. Hierdoor dreigt het passief tijdens de afkoelingsperiode verder op te lopen. Ook geeft de man onvoldoende inzicht in de waarde van zekerheden, waardoor niet kan worden vastgesteld of schuldeisers bij faillissement slechter af zouden zijn. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.