Een aannemer die ziet dat een ondergrond niet geschikt is voor de afgesproken werkzaamheden, moet de opdrachtgever daar duidelijk en concreet voor waarschuwen. Een algemene opmerking dat een wand "nog even door de stukadoor moet worden nagelopen" is daarvoor onvoldoende. Dat oordeelt de rechtbank Amsterdam in een recente uitspraak.
Een projectontwikkelaar schakelt een aannemer in voor het aanbrengen van gietvloeren en wandafwerking in twaalf vakantiewoningen. Nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd, blijkt uit een deskundigenrapport dat de gietvloeren voldoen aan de overeenkomst, maar dat de wandafwerking esthetische gebreken vertoont. Volgens een deskundige komen die gebreken voort uit de slechte gestucte ondergrond waarop de wandafwerking is aangebracht.
Waarschuwing onvoldoende duidelijk
De aannemer voert aan dat hij tijdens een vooropname mondeling heeft aangegeven dat de wanden niet in orde waren. Daarnaast heeft hij een e-mail gestuurd waarin onder meer staat: 'Alle wanden moeten nog even door de stukadoor nagelopen worden (…) Verder volgen wij dan de gladheid/onvlakheid van de ondergrond.' Volgens de rechtbank voldoet deze mededeling niet aan de wettelijke waarschuwingsplicht. Een aannemer moet de opdrachtgever namelijk expliciet wijzen op de mogelijke gevolgen van een ondeugdelijke ondergrond, zodat deze de risico's kan inschatten en een weloverwogen keuze kan maken. Ook als de opdrachtgever deskundig is, blijft die waarschuwingsplicht bestaan.
Nog een keer
Opvallend is dat de aannemer zelf verklaarde dat hij de tekst in de e-mail bewust minder scherp had geformuleerd om de opdrachtgever 'wat te temperen'. Volgens de rechtbank laat dat juist zien dat de aannemer rekening hield met de mogelijkheid dat de opdrachtgever van het werk zou afzien als de risico's duidelijk zouden worden benoemd. Bovendien had de aannemer, toen hij tijdens de uitvoering zag dat de ondergrond nog steeds onvoldoende vlak was, opnieuw moeten navragen of de opdrachtgever ondanks de gevolgen voor het eindresultaat wilde doorgaan. Dat heeft hij niet gedaan.
Gevolgen voor de aannemer
Omdat de aannemer zijn waarschuwingsplicht heeft geschonden, komen de gevolgen van de slechte ondergrond niet voor rekening van de opdrachtgever, maar voor rekening van de aannemer. De overeenkomst wordt daarom gedeeltelijk ontbonden voor zover deze betrekking heeft op de wandafwerking. De aannemer moet ruim € 33.000 aan betaalde facturen terugbetalen, € 20.000 aan vertragingsschade vergoeden en ook de kosten van het deskundigenonderzoek en buitengerechtelijke kosten betalen.