Als een schuldenaar zijn schuld niet aflost, wil de schuldeiser beslag leggen op de aandelen van de schuldenaar en deze verkopen. Nodig is wel dat de schuldeiser voldoende belang heeft bij die executie – en dat is hier niet het geval, oordeelt de rechtbank Noord-Holland.
Een BV leent € 2.000.000 uit aan een houdstervennootschap die eco-resorts ontwikkelt. Bij notariële akte zijn enkele zekerheden gevestigd. Zo krijgt de BV een pandrecht op de aandelen in de eco-ontwikkelaar. Als de lening niet tijdig wordt terugbetaald, en nadat de BV beslag heeft gelegd op de aandelen, stapt de BV naar de rechtbank. Die moet bepalen dat de beslagen aandelen binnen zes maanden onderhands mogen worden verkocht, en daarna openbaar.
Dwarsbomen
De eco-ontwikkelaar verzet zich hiertegen: die aandelen zijn niets waard. Het enige dat de BV bereikt met de verkoop van de aandelen is de eco-ontwikkelaar te dwarsbomen. Deze vennootschap is bezig om een akkoord te bewerkstelligen met haar schuldeisers. Met bijna 80 procent van de totale schuldenlast is al een crediteurenakkoord bereikt, maar de BV weigert akkoord te gaan met enig voorstel. Zij frustreert elke regeling, hoewel het zelfs mogelijk is dat zij haar vordering volledig betaald krijgt. De BV heeft geen enkel belang bij de verkoop van de aandelen en het doorzetten van die verkoop is dan ook misbruik van bevoegdheid, wat nadelig is voor de schuldeisers en de houdstervennootschap.
Zonder voldoende belang
In het Burgerlijk Wetboek staat een belangrijke regel: zonder voldoende belang komt niemand een rechtsvordering toe. De rechtbank zal de toestemming om aandelen te verkopen weigeren als de BV onvoldoende belang heeft bij de executie. En dat is hier aan de orde, oordeelt de rechtbank. De eco-ontwikkelaar heeft een externe waardering laten opstellen van haar deelnemingen in de BV’s waarvan de aandelen zijn beslagen. Daaruit volgt dat de liquidatiewaarde van dit aandelenbelang op nihil staat. De schulden van deze BV’s zijn volgens het rapport hoger dan de prijs die kan worden verkregen voor de aandelen, zelfs als deze zonder tijdsdruk worden verkocht.
Geen executie-verschot
Maar volgens de rechtbank is een waarderingsrapport in deze procedure niet eens nodig: het is wel duidelijk dat de waarde van de aandelen niet hoger is dan de vordering waarvoor een pandrecht is gevestigd. Er zal geen executie-overschot overblijven om enig bedrag aan de BV te voldoen. De rechtbank is van oordeel dat de BV er geen belang bij heeft om de aandelen te verkopen. Dat verzoek wordt dan ook afgewezen.