Inhoudsopgave

Vennoten mogen geen activiteiten ontplooien die de vof schaden

Vennoten binnen een vof mogen geen concurrerende activiteiten ontplooien. Dat merkte deze kermisexploitant, die BV’s oprichtte waarin hij hetzelfde deed als in zijn vof. De voorzieningenrechter keurt deze handelswijze af.

Een echtpaar exploiteert binnen hun vof kermisactiviteiten. Op enig moment richt de man twee BV’s op, ook voor kermisactiviteiten. De vrouw wil dat de man de omzetten die hij met zijn kermisbezigheden in deze BV’s heeft verdiend (bijna € 140.000), afdraagt aan de vof. Hij moet ook met die kermis-BV’s stoppen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg beoordeelt of de man geld heeft weggesluisd.

Redelijkheid en billijkheid

Duidelijk is dat de vof nog bestaat. Daardoor wordt de rechtsverhouding tussen de vrouw en de man als vennoten beheerst door wat zij zijn overeengekomen en de wettelijke regeling van de personenvennootschap. Maar ook door de redelijkheid en billijkheid, waaruit voortvloeit dat de ene vennoot rekening houdt met het belang van de medevennoot en van de vof. Vennoten behoren volledige openheid van zaken te geven over de financiën binnen hun onderneming. Zij mogen de belangen van de vennootschap en van hun medevennoten niet schaden. Een vennoot mag gedurende het bestaan van de vof geen concurrerende activiteiten ontplooien ten nadele van die vof.

Concurrerende werkzaamheden

In deze zaak is het voor de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat de man omzet heeft gegenereerd binnen zijn eigen kermis-BV’s. Hij heeft de onderneming van de vof (zonder instemming van zijn vrouw) deels voortgezet in zijn eigen vennootschappen. Daarmee handelde hij in strijd met zijn verplichting om de aan de vof toekomende opbrengsten af te dragen en inzicht te geven in de financiën. Dat geldt des te meer nu de man voor de exploitatie van zijn eigen vennootschappen gebruikmaakte van de bedrijfsmiddelen van de vof, zoals kermisattracties en voertuigen. De voorzieningenrechter acht het dan ook aannemelijk dat de man via zijn eigen vennootschappen concurrerende werkzaamheden heeft verricht en daarmee de vof heeft benadeeld. Wat hij in zijn BV’s heeft verdiend, moet hij aan de vof afdragen.

Uitholling

Moet hij met de BV’s stoppen, zoals zijn vrouw eist? Zij stelt dat het gebruiks- en exploitatieverbod verdere ‘uitholling’ van de vof door de vennootschappen van de man kan voorkomen. Maar de man moet al het geld dat hij in zijn BV’s verdient met kermisactiviteiten al afdragen aan de vof. Dan heeft de vof geen belang meer bij een gebruiks- en exploitatieverbod. Als de man aan de vof blijft betalen, wordt de vof niet uitgehold. Bovendien is eigenlijk geen sprake van concurrentie met de vof: de inkomsten van de exploitatie worden immers aan haar afgedragen.

ECLI:NL:RBLIM:2026:6622

Bron:Rechtbank Limburg | jurisprudentie | ECLI:NL:RBLIM:2026:6622 C/03/352604 / KG ZA 26-191 | 08-07-2026
Facebook
LinkedIn
Print
X

Meer weten?

Neem contact met ons op!

Mail