Inhoudsopgave

Van wie is de hond na een relatiebreuk?

Na een relatiebreuk ontstaat ruzie over wie de hond mag houden. Beide ex-partners stellen eigenaar te zijn. Wie krijgt de hond dan voorlopig mee? De rechtbank Limburg laat opnieuw zien dat daarbij niet alleen van belang is wie de hond ooit heeft gekocht of betaald, maar ook wie de hond feitelijk in bezit had.

Tijdens hun relatie kopen partijen samen een hond van € 2.800. Na hun relatiebreuk zorgen zij aanvankelijk om de beurt voor de hond. Vanaf juli 2025 verblijft de hond bij de man. De vrouw start daarop een kort geding om de hond terug te krijgen.

Bezitter wordt vermoed eigenaar te zijn

In dat eerste kort geding krijgt de vrouw de hond niet terug. De man heeft op dat moment de feitelijke macht over de hond en verzorgt hem. Op grond van de wet wordt hij daarom vermoed bezitter te zijn. Een bezitter wordt vervolgens vermoed rechthebbende – en dus eigenaar – te zijn. De vrouw kan die wettelijke vermoedens niet voldoende weerleggen. Daarvoor is nader bewijs nodig en daarvoor leent een kort geding zich niet. De hond blijft daarom voorlopig bij de man. Tegen deze uitspraak wordt geen hoger beroep ingesteld.

Hond toch meegenomen

Enkele maanden later verandert de situatie. Na een confrontatie tussen de ex-partners en anderen komt de hond weer bij de vrouw terecht. Volgens de man is de hond tegen zijn wil en zonder zijn toestemming uit zijn bezit geraakt. Hij eist in een nieuw kort geding dat de vrouw de hond teruggeeft.

Bezitter

De rechter grijpt terug op de eerdere uitspraak. Tot het moment waarop de man de feitelijke macht over de hond verloor, werd hij als bezitter aangemerkt. De wet beschermt ook een bezitter die zijn bezit vervolgens verliest: die kan onder omstandigheden teruggave verlangen.

Bodemprocedure

De vrouw stelt dat zij zelf eigenaar is. Maar ook die vraag vergt nader onderzoek en bewijslevering. Daarvoor is opnieuw geen ruimte in kort geding. De definitieve vraag van wie de hond is, moet in de al lopende bodemprocedure worden beantwoord. Voorlopig moet de vrouw de hond daarom binnen 48 uur teruggeven aan de man. Doet zij dat niet, dan geldt een dwangsom van € 500 per dag, met een maximum van € 5.000.

ECLI:NL:RBLIM:2026:9315

Bron:Rechtbank Limburg | jurisprudentie | ECLI:NL:RBLIM:2026:9315 C/03/354122 / KG ZA 26-278 | 02-09-2026
Facebook
LinkedIn
Print
X

Meer weten?

Neem contact met ons op!

Mail